Categorie archief: buitenland

Beeld van een blogger (12) – Man met een mening!

(12)
De reis naar Schiphol verloopt voorspoedig, om 13:15 uur kom ik aan op het perron, ruim op tijd voor mijn afspraak met m’n twaalfde blogger. Ik besluit nog even snel naar het panoramaterras te gaan om een paar foto’s te maken. Het is een prachtige zonnige dag en ik geniet als ik even later uitkijk over de wereld die Schiphol is. Het is alleen een stuk verder dan ik gedacht had, dus ik haast me terug naar de roodwitte kubus waar we hebben afgesproken. Op het bankje ernaast zie ik een bekend gezicht, Meneer Opinie kijkt vermoeid voor zich uit, hij is net geland uit Panama. We begroeten elkaar hartelijk en beginnen meteen druk te praten, hij bijna nog sneller dan ik. In de verte doet zijn stem denken aan die van Herman van Veen.

Vlakbij bevindt zich een Délifrance Plaza met buitenterras, bij een kop koffie en een tonic & thee zetten we onze kennismaking voort. Hij komt nog vrij energiek over na een vlucht van ruim tien uur. Sympathieke man met gevoel voor humor en to the point, daar hou ik van, niet van mensen die overdreven aardig doen en het uiteindelijk niet zijn. IJverig begin ik aantekeningen te maken terwijl het oorverdovende geschraap van zinken stoelen op het drukke terras me regelmatig afleidt en de zon brandt op m’n gezicht. Hij heeft biologie gestudeerd aan Hogeschool Wageningen, vertelt hij, daar heeft hij ook mevrouw Opinie ontmoet die dezelfde studie volgde. In 1991 is hij samen met haar vertrokken uit Nederland om in Zimbabwe onderzoek te doen naar het gedrag van de tseetseevlieg.

Hij praat enthousiast over die tijd, ze woonden in Harare in een huis met zwembad. De meeste mensen spraken er Engels, ook de voorzieningen waren goed, het was een soort van ‘Afrika voor beginners’. Zijn vrouw werkte ondertussen als vrijwilligster bij duurzame landbouwprojecten. De afspraak was dat de keer erna de rollen omgedraaid zouden worden, dan zou  Meneer Mevrouw naar verre oorden volgen. Toen na drieëneenhalf jaar zijn promotieonderzoek in het het Mana Pools National Park was afgerond, kwam er helaas een eind aan deze ‘onderzoeker in het wild’-periode. Eenmaal in Nederland moest hij eerst nog een proefschrift schrijven, in diezelfde periode kreeg zijn vrouw een baan in Mozambique aangeboden.

Ruim een half jaar later reisde hij haar achterna, precies zoals indertijd was afgesproken. Hij kwam in een onbekende omgeving terecht waar zijn vrouw inmiddels al behoorlijk ingeburgerd was en besloot zo snel mogelijk Portugees te leren. Hun huis keek uit op de Indische Oceaan en ze gingen om met ‘een leuke club mensen’, een mix van buitenlanders en locals. Het was drie jaar na de burgeroorlog, de bevolking was straatarm, maar al snel verbeterde de levensstandaard, op een gegeven moment zag je zelfs omaatjes in een ‘I’m too sexy for my shirt’-hemd rondlopen. Hij werkte er als freelancer voor GTZ en niet-gouvernementele organisaties zoals Vetaid. Hun droom was een eco-hotel te beginnen in de ongerepte Mozambikaanse natuur, maar door corruptie en tegenwerking resulteerde dit uiteindelijk in een nachtmerrie en besloten ze voor Panama te kiezen.

Wat is het meest opvallende van dit land, vraag ik hem. Panamezen zijn een ondernemend volk, vertelt hij, en over het algemeen ook veel beter opgeleid, het landschap is mooi, zo’n beetje ‘de tropische versie van Nederland in de jaren 50’. Hij gaat verder, ‘er is kleinschalige landbouw en er zijn prachtige stranden’. ‘Jammer dat het zo ver weg is’, zeg ik, ‘ik krijg zin om ernaar toe te gaan’.  In 2006 zijn ze op een herbebossingsvisum binnengekomen, de beginperiode hebben ze in Panama Stad gebivakkeerd. Later toen ze hun droomplek in Palmilla hadden gevonden, een piepklein dorpje met slechts zeventien huizen, zijn ze daar neergestreken. Hier staat hun hotel, het lieflijke Heliconia vernoemd naar een tropische bloem, omzoomd door acht hectare grond. Eén van de eerste dingen die ze gedaan hebben was bomen planten, lokale houtsoorten zoals mahonie, ebbenhout, Spaanse ceder, soorten die veel vogels aantrekken. Zijn lievelingsvogel is de langsnavelsterkeelkolibrie.

Niet alleen heersen er tropische temperaturen en is het strand slechts 1500 m ervandaan, ook paarden, zeeschildpadden en dolfijnen bevinden zich in de nabije omgeving. Op 50 km ligt het prachtige natuurpark Cerro Hoya. In datzelfde jaar hebben ze Tanager Tourism opgericht. Eind 2007 werd hij toen gevraagd door de GFA Consulting Group om twee jaar in Angola te komen werken als ‘technical expert’. Aangezien het hotel nog in de steigers stond, er geld nodig was en hij het een uitdagende baan vond is hij op dat aanbod ingegaan. In de praktijk betekende dit wel dat hij mevrouw Opinie in die hele periode maar twaalf weken heeft gezien en dat was zwaar. Begin 2010 opende het hotel uiteindelijk zijn deuren. Mevrouw Opinie is degene die meestal voor de gasten kookt, een populair Indiaas gerecht is yoghurtrijst*. Ze eten ook Hollandse pot, hij is dol op rode kool met hachee. Naast alle drukke werkzaamheden zijn ze beiden ook nog freelance consultants.

Het gesprek komt op muziek, hij houdt van jazz, maar ook van Nick Cave, Beck en Lou Reed. Ik vraag naar zijn favoriete films. ‘Kaos’, ‘Lolita’, ‘The Sheltering Sky’ en ‘Round Midnight’ zijn de eerste titels die in hem opkomen. Een tv hebben ze niet, via de Volkskrant-site en de lokale krant El País houdt hij zich op de hoogte van het nieuws. De boeken die het meeste indruk gemaakt hebben zijn ‘Het land van herkomst’ van Du Perron, ‘Reis naar het einde van de nacht’ van Céline en ‘Lolita’ van Nabokov. ‘Ik heb een voorkeur voor schoften’, licht hij  zijn keus toe, ‘die zijn veel interessanter dan heilige boontjes’. Als ik hem vervolgens vraag welke blogger hij zou kiezen als hij deze serie deed, antwoordt hij Doortje.

Inmiddels zijn we al een aantal uur aan het praten, maar over politiek hebben we het nog nauwelijks gehad. Ik informeer wie zijn favoriete en minst favoriete politicus is. Onmiddellijk valt de naam van Geert Wilders, ‘wat me het meest irriteert is de enorme hypocrisie van die man’. Ook Hero Brinkman wordt in één adem genoemd. Sowieso kan hij zich kwaad maken over politici die zichzelf en anderen wat wijsmaken. ‘Bijvoorbeeld iets “enhanced interrogation techniques” noemen, zeg toch gewoon dat je mensen martelt’. Ik knik instemmend, het zijn zaken waar ik me ook vaker over opwind. ‘Het is heel moeilijk om een politicus op een waarheid te betrappen’, voegt hij eraan toe. Een echte favoriet heeft hij niet, maar Jan Marijnissen vond hij het zeker niet slecht doen.

Verder kan hij zich ook druk maken over waarom er zo weinig geld aan de bestrijding van de malariamug besteed wordt terwijl er elk jaar één miljoen kinderen in Afrika sterven en alle technieken in huis zijn om malaria uit te roeien, alleen de politieke wil ontbreekt. ‘Degenen die toen verantwoordelijk waren voor het verbod op DDT en dat erdoor gedrukt hebben, zoals Rachel Carson en William Ruckelshaus, zouden voor een tribunaal moeten worden gesleept’, zegt hij fel en doet de titel eer aan. Ik wil nog even een paar laatste dingen weten en vraag of hij nog iets mist van Nederland. ‘Drop’, hij grinnikt. ‘Je komt ook minder in contact met cultuur, zoals theater en dans’, en vervolgt, ‘ik ben het wel ontwend na al die jaren en heb nu meer een thuisgevoel in Panama bij m’n vrouw en ons hotel’.

Wat vind je het leukste aan haar, informeer ik. ‘Dat ze onafhankelijk is op het eigenwijze af en intelligent. We wilden ook allebei geen kinderen en hadden dezelfde droom om in het buitenland te werken aan een betere wereld en niet zozeer werken voor een hoog salaris’. Via mail stel ik dezelfde vraag aan mevrouw Opinie. ‘Het leukste is denk ik het enthousiasme van hem en daarbij de enorme dedicatie waarmee hij zich vastbijt om iets vol te houden of uit te voeren. Ik geniet daarvan (zeker omdat ik zelf ook regelmatig het onderwerp ben van die dedicatie ; )). Ik denk dat we samen veel dingen aankunnen waar de meeste mensen niet eens aan durven te beginnen. Samen sterk, en we hoeven dus ook niet achterom te kijken naar hadden we dit of dat maar gedaan… Kees houdt van mij en ik van hem en dat is geweldig leuk’.  Heb je nu nog dromen, vraag ik hem ten slotte. ‘Ja’, zegt hij, ‘ons babybos moet groeien tot er uiteindelijk ara’s en apen in kunnen leven!’
Marjelle

Meneer Opinie draait:
Gare du Nord

* Yoghurtrijst (Masuru anna) op Opiniaanse wijze
(Uit: ‘A taste of India’, Madhur Jaffrey)
Voor 2-3 personen

  • 100 gr witte rijst wassen en daarna 25 min. in water laten weken;
  • ondertussen 250 ml yoghurt en ½ tl zout samenkloppen;
  • 2,5 cm verse gember schillen en fijnsnijden, vervolgens 2 groene hete pepertjes (of 2 tl groene chilisaus gebruiken) en 1 tl verse koriander fijnsnijden;
  • roer dit door de geklopte yoghurt;
  • water koken,  als het aan de kook is gebracht de geweekte rijst toevoegen en 15 min. stevig laten doorkoken;
  • daarna afgieten en mengen met de geklopte yoghurt en de ingrediënten;
  • in een pan 1 el olie verhitten (geen olijfolie) op middelmatig vuur [we koken op gas] en dan 1 tl mosterdzaad toevoegen [wij hebben alleen de gele variant];
  • als de zaadjes beginnen te poppen, voeg je 2 tl gespleten rode linzen (dahl) toe, fruit die ca. 1 min.;
  • doe er curryblaadjes bij (geen laurierblaadjes!) en na 1 min. droge rode chilipepers (of 1 tl cayennepeper);
  • even al roerend bakken, daarna alles over de yoghurtrijst gieten en kort roeren (tot de curryblaadjes stuk knisperen);
  • serveren op kamertemperatuur, erg lekker bij verse tonijn met tamarindesaus.
    Eet smakelijk!
Advertenties

Beeld van een blogger (10) – Apies kijken?

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger (1) – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once belonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!
Beeld van een blogger (5) – So what, man!
Beeld van een blogger (6) – He blew me away!
Beeld van een blogger (7) – Kiezels in m’n schoenen
Beeld van een blogger (8) – Tweestemmig met Geroma!
Beeld van een blogger (9) – Met Henk op het Binnenhofplein

(10)
Eén dag voordat het bericht
dat het VK-blog per 1 maart ophoudt te bestaan in m’n mailbox belandt heb ik een afspraak met Apiedapie, m’n tiende blogger in beeld. Op dat moment weet ik nog van niks en fiets gehaast door de regen naar Floor waar we om 13:00 uur hebben afgesproken. Nadat ik eerst de verkeerde man heb aangeklampt, hoor ik opeens m’n mobieltje overgaan en zie vanuit een ooghoek iemand aan de overkant zitten met een telefoon aan z’n oor. Ik gebaar dat ik het ben en hij loopt naar me toe, een tengere man, casual gekleed, in de verte doet-ie me aan Harry van Bommel denken. Hij geeft me een zoen en kijkt me vervolgens met z’n bruine ogen aandachtig aan. Vanaf dat moment beginnen we te praten en zullen daar pas rond 19:00 uur mee stoppen zoals later blijkt.

Wat me meteen opvalt is z’n gevoel voor humor, z’n snelle manier van praten en denken, het plagerige over en weer, dingen die ik bij de meeste mensen mis de afgelopen jaren. Ik moet glimlachen als hij op een gegeven moment vol overgave zegt ‘en het is allemaal jouw schuld’, het doet me aan iemand anders denken die dat ook vaker zei. ‘Klopt’, grinnik ik, ‘alles is altijd mijn schuld’. Humor is zo belangrijk tussen mensen. We springen allebei van de hak op de tak, slaan zijwegen in waardoor we op een bepaald moment zelf niet eens meer weten wat we eigenlijk wilden vertellen. Ik voorzie dat het nog een hele klus zal worden om ook deze keer uit m’n aantekeningen wijs te worden, al probeer ik er wel enige lijn in te krijgen en hem af en toe bij de les te houden, echt succesvol zijn die pogingen niet.



Na een studie aan de Erasmusuniversiteit, waar ik zelf nog een blauwe maandag rechten gestudeerd heb, werkt hij bij verschillende ministeries in Den Haag, wat hij jarenlang met veel plezier doet. Het zijn minder stoffige functies dan de naam en omgeving wellicht doen vermoeden, hij vond het vooral leuk om speeches voor ministers te schrijven. Welke minister is je het meest bijgebleven, informeer ik. ‘Hans Alders, omdat hij heel erg zichzelf was’. Op een gegeven moment is er de mogelijkheid om als diplomaat bij de VN te komen, een kans die hij met beide handen aangrijpt, het eerste land waar hij naar uitgezonden wordt is Frankrijk. De essentie van z’n werk is zoals hij het samenvat ‘om goede dingetjes die het ene land doet te laten zien aan andere landen en dan te zeggen “hé, is dat niks voor jou, daar werkt het”‘.

Apiedapie, wereldburger, hij heeft behalve in Nederland onder andere een aantal jaar in Parijs en op verschillende plaatsen in New England gewoond, is de halve aardbol over gereisd, deels werk, deels plezier. Sinds een jaar heeft hij een idyllisch onderkomen, hij laat me foto’s van zijn huis zien. Ik ben meteen verliefd, het is het uitzicht waar ik vaker van gedroomd heb, wakker worden met de zee aan je voeten. Hij heeft het erg naar zijn zin in de Verenigde Staten, vertelt hij, de vrijheid, grote bakken koffie en geringe sociale controle spreken hem aan. Wel mist hij de Nederlandse nasigoreng en beginnen z’n ogen te glimmen bij het woord Brinta. Momenteel is hij net terug uit Parijs waar hij vrienden heeft bezocht, op de teller van z’n huurauto staat ruim 3000 km, hij heeft wat afgereden de afgelopen twee vakantieweken. ‘Almost the American way’, denk ik.

Toen hij twaalf was wilde hij bioloog-in-het-veld worden, hij was het soort jongetje dat salamanders ving en in potten stopte om vervolgens z’n buit aan een nader onderzoek te onderwerpen. Z’n lievelingsdieren zijn overigens geen apen wat je wel zou verwachten met zo’n nick, maar dolfijnen, zeearenden en olifanten, die laatste heeft hij ook in het wild gezien in India. Fantastisch lijkt me dat om zulke dieren van dichtbij te kunnen bewonderen in hun natuurlijke habitat. Hij vertelt over de voorliefde van z’n moeder voor olifanten en over de laatste keer dat ze samen in Blijdorp waren. Ze wilde net als de kinderen op de rug van een olifant rijden en riep enthousiast ‘dat heb ik nou altijd willen doen’. Toen ze twee weken daarna plotseling overleed, heeft hij alles in het werk gesteld om de foto die van hen beiden bij de ingang was gemaakt te traceren. Gelukkig was het negatief er nog en de foto vormt een dierbare herinnering aan een mooie dag samen.

‘Wanneer ben je met schrijven begonnen?’ Hij antwoordt dat hij de smaak te pakken kreeg op de middelbare school, hij koos altijd de meest poëtische opsteltitel en leefde zich uit op papier. Soms moest hij een opstel voorlezen ten overstaan van de hele klas, iets wat hij vreselijk vond. Eén keer verzuchtte de leraar, ‘het is alsof je Bomans hoort’, dat soort commentaar maakte hem niet echt geliefd bij z’n klasgenoten. Zijn studie combineerde hij later met het parttime redacteurschap voor Quod Novum, daarnaast schreef hij af en toe voor de NRC. Bij die krant is ook z’n ‘blogcarrière’ gestart, in 2008 produceerde hij zijn eerste ik-je. Hij vertelt me dat op Drasties, de site waar hij in datzelfde jaar is begonnen als Apiedapie, ook het hikje staat, de tegenhanger ervan, als hij vervolgens ook nog over een tikje begint raak ik het spoor bijster. In oktober is hij bij het Volkskrantblog terechtgekomen. Op de vraag wie hij zou kiezen als hij deze serie zou maken, zegt hij StadsfotograafVelsen.

Behalve van schrijven houdt hij van hardlopen, zwemmen, wandelen en de natuur. Favoriete films zijn ‘The Deer Hunter’, ‘Ghost’, ‘National Lampoon’s Christmas vacation’ en ‘Je vous trouve très beau’. We houden allebei van programma’s als ‘Ik vertrek’, daarnaast kijkt hij ook naar ‘De wereld draait door’ en ‘Pauw & Witteman’. Wat muzikale voorkeuren betreft neemt John Lennon een speciale plek in, verder luistert hij graag naar Sheryl Crow, blues, fado en Garou. Het gesprek komt weer op Nederland, er is een kans dat hij dit jaar nog teruggaat en ook zelf het roer omgooit. De politiek heeft hem altijd aangetrokken, hij droomt ervan om een tegenwicht aan Wilders te bieden als ‘een moderne, sexy Cohen’. Toespraken houden is hij gewend en ook voor urenlange vergaderingen draait hij z’n hand niet om, hij heeft zitvlees gekregen tijdens de jaren bij de VN.

‘Nu hebben we wel zo’n beetje alles gehad, hé’, zegt hij grijnzend. ‘We hebben het helemaal nog niet over vrouwen gehad’, sputter ik tegen. ‘Het is wel een beetje een clichévraag, maar dat maakt niet uit’, bepaal ik met m’n liefste glimlach, ‘wat is voor jou essentieel in een vrouw?’ Zonder na te denken, noemt hij: sterke persoonlijkheid, initiatiefrijk, niet volgzaam, geen slachtofferrol, verrassend, humoristisch, positief-optimistisch, levenslustig en last but not least ‘iemand die zich niet laat domineren door mij’. Bij dat laatste kan ik me wel iets voorstellen, deze leeuw vertoont zeker dominante trekjes. De genoemde eigenschappen spreken me wel aan, het is in grote lijnen datgene wat ik in een man wil naast intelligentie, tederheid en empathie.

Momenteel is hij weer vrijgezel na een aantal lange relaties. Zijn eerste serieuze relatie was met een Rotterdamse – hij heeft ook nog steeds een zwak voor deze stad – en de laatste met een buitenlandse vrouw waarmee hij ook een zoon heeft. Hij laat me een paar foto’s van hem zien, Apieknapie, een lieve Hollandse jongen van elf. Wat vind je het leukste aan het vrijgezellenbestaan, vraag ik. ‘De vrijheid, jezelf zijn, dat je niet beperkt bent in je vriendschappen’. Op dat moment komt een aardige jongen met het verzoek of we aan de bar willen plaatsnemen. We hebben zo lang aan hetzelfde tafeltje gezeten dat ze het nodig hebben voor dinergasten. Het laatste glas wijn drinken we iets sneller dan het vorige, zijn zoon wacht en ik moet nog dat hele eind door de stromende regen naar huis fietsen. We nemen hartelijk afscheid. Eenmaal thuis trek ik snel m’n doornatte kleren uit en spring onder de douche, vijftien minuten lang schuil ik onder de hete straal in een poging warm te worden.
Marjelle

Apie draait:
VV Brown

Beeld van een blogger (5) – So what, man!

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger () – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once bekonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!

(5)
Uitgerekend op de heetste dag van het jaar heb ik een afspraak met Wattman in Antwerpen. ‘Zullen we elkaar ontmoeten bij de fontein op de Grote Markt’, stelde hij per mail voor. Ik vond het wel een mooie openingszin, herinneringen aan een heerlijke vakantie met H. in Rome kwamen naar boven. Het is nog een hele toer om in een tropische 35° met laptop en weekendtas op de fiets te blijven zitten op weg naar Rotterdam Centraal. Gelukkig heb ik diverse T-shirts en ander zomerspul ingepakt, het zweet stroomt nu al van m’n voorhoofd. ‘Straks lekker douchen in het B&B vlak bij het station’, flitst het door me heen. Gedachtenloos hou ik m’n OV-chipkaart voor de incheckpaal, later als ik in de trein m’n mp3-speler aanzet besef ik dat ik natuurlijk een buitenlandkaartje had moeten kopen bij de automaat.

Aangezien ze in België het systeem van chippen niet kennen, is er ook geen paal die zo meteen bevestigt dat ik inderdaad in Antwerpen ben gearriveerd. Ondertussen word ik afgeleid door de stem van de conducteur die ons nu al voor de vijfde keer in drie talen op de hoogte houdt van elke vertraagde minuut en moet glimlachen als ik hem weer geduldig hoor uitleggen ‘the train was standing still at the platform because…’. Ik zet het zonder-kaartje-reizen uit m’n hoofd en duw ook de gedachte aan X. weg. Unfinished business is een van de vervelendste dingen die er is en met ruzie uit elkaar gaan de slechtst denkbare manier. Ik concentreer me op hier en nu en vraag me af welk beeld ik de komende uren van deze blogger en zijn gezin ga krijgen. Hopelijk hebben ze een vijver of opblaasbadje in de tuin, dan kan ik lekker pootjebaden. De trein kabbelt voorbij stationnetjes als ‘Kijkuit‘ en ‘Heide‘, Antwerpen komt langzaam steeds dichterbij.

Enige vertraging en een verkwikkende douche later tref ik Wattman bij de fontein op de zinderende markt. Een vriendelijke, grote man met bril, ik herken hem niet onmiddellijk van z’n avatar en spreek eerst de verkeerde aan. We lopen naar een cafeetje vlakbij, het is er ongewoon rustig midden in de stad en ik drink gretig van m’n cola light. Zijn Limburgse accent doet vertrouwd aan, hij komt uit de buurt van Roermond, vertelt-ie. Mijn ouders kwamen uit Heerlen, ik versta Limburgs dan ook goed, spreek het alleen zelf niet. We springen algauw van de hak op de tak, hij druk gebarend, een snelle prater, ik nog enigszins bedwelmd door de hitte, het gesjouw en de drukte in deze grootstad. Ik ben benieuwd naar zijn huis midden in de Antwerpse haven in een van de vele forts die de stad rijk is.

Als we binnenkomen staat de tv nog aan, Nederland heeft net met 2-1 van Brazilië gewonnen, roept A., z’n echtgenote, enthousiast. Een aardige vrouw met een lief gezicht, die in tegenstelling tot Wattman het voetballen op de voet volgt, gedenkwaardig is zijn uitspraak ‘schatteke, ik zal wel afwassen, kijkt gij maar naar de voetbal’. Ondertussen ligt baby C. op de bank de wereld door donkerbruine ogen te bekijken. Voorzichtig pak ik een garnalenvingertje beet en begroet hem. Hij trekt eerst een snuitje, maar dan breekt er toch een lachje door. Hij is schattig en ook zo rustig, iets dat ik die avond nog vaker zal zeggen. Ik kijk om me heen in dit prachtige oude fort, de zware houten voordeur en vuistdikke muren vallen meteen op, de mooie ovale ramen met uitzicht op de terrastuin, het is een bijzondere ruimte op een idyllische groenplek vlak bij de Schelde. Gelukkig is het er ook relatief koel waardoor we besluiten hier verder te praten.

Het gesprek komt op relaties, nieuwe mensen ontmoeten. ‘In de kroeg kom je ze niet tegen’, zegt hij en vertelt dat hij zich een paar jaar na zijn scheiding had ingeschreven bij Parship waar hij algauw A. leerde kennen. Vanaf dat moment ging het in sneltreinvaart, na zes maanden woonden ze samen en een jaar later waren ze getrouwd. De keuze om in Antwerpen te gaan wonen was een relatief eenvoudige. Voor zijn werk was hij al gewend om van z’n Roermondse boerderij naar Tilburg te rijden, waar hij een leuke baan heeft als docent geschiedenis en ook communicatievakken en coaching geeft, de rit Antwerpen-Tilburg duurde ongeveer even lang. Inmiddels woont hij er nu drie jaar en het bevalt hem uitstekend. Het grootste verschil met Nederland vindt hij de meer bourgondische aard van de Belg, iets dat hem zeer aanspreekt. ‘Ik zou niet meer terug willen’, beklemtoont hij.



Wel is hij hier meteen lid geworden
van de Antwerpse Politiekapel
nadat hij 25 jaar bij een Limburgse harmonie heeft gespeeld, want muziek maken is zijn grote hobby, daarnaast heeft hij er ook een aantal goede vrienden aan overgehouden. Verder is hij een liefhebber van Beethoven, renaissancemuziek, Duitse schlagers en chansonniers als Shaffy en Bécaud. Op een gegeven moment komt het gesprek op voeding en diëten, hij blijkt in anderhalf jaar tijd 65 kilo te zijn afgevallen door middel van een streng dieet en intensief bewegen, een bijzondere prestatie. Als even later zijn vrouw erbij komt zitten, vraag ik wat haar in eerste instantie in Wattman het meeste aantrok. ‘Zijn schrijfstijl, vlotte pen en levenswijsheid’, antwoordt ze zonder nadenken, ‘en hij zag er ook nog eens goed uit’.

We praten even over haar baan als hoofdverpleegkundige op een geronto-psychiatrische afdeling. Momenteel is ze nog met zwangerschapsverlof, in België begint dat een maand eerder dan in Nederland en duurt het ook een maand langer. De korte nachten beginnen nu wel hun sporen achter te laten, voor twaalven gaan ze nooit naar bed, want baby C. krijgt dan een dubbele voeding in z’n PEG-sonde. Om zes uur gaat onverbiddelijk de wekker weer omdat hij dan een nieuwe sonde nodig heeft, iets dat in de loop van de dag om de vier uur herhaald moet worden. Het is inmiddels al na middernacht, ik ben moe van de warmte, alle indrukken en neem afscheid van Wattman. Ik loop mee met A. die zo aardig is om mij terug te brengen naar de B&B vlak bij het station. Een rit van een half uur, maar de tijd vliegt terwijl we aan het praten zijn. Als ik even later de voordeur van het slot haal, zwaai ik nog even naar haar.
Marjelle

Wattman draait:

Jacques Brel