Tagarchief: antwerpen

Beeld van een blogger (11) – In gesprek met… Hiraeth

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger (1) – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once belonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!
Beeld van een blogger (5) – So what, man!
Beeld van een blogger (6) – He blew me away!
Beeld van een blogger (7) – Kiezels in m’n schoenen
Beeld van een blogger (8) – Tweestemmig met Geroma!
Beeld van een blogger (9) – Met Henk op het Binnenhofplein
Beeld van een blogger (10) – Apies kijken?

(11)
Het is precies 12.00 uur
als ik in hotel De Zalm arriveer. Ik kijk speurend om me heen, begroet een man die ik ten onrechte aanzie voor een medewerker en kies een tafeltje aan de muur. M’n mobieltje galmt opeens door de ruimte, het is Hiraeth, ze staat vast in het verkeer en komt er zo snel mogelijk aan. ‘Ik zit al aan de thee’, zeg ik. Even later stapt een kleine, tengere vrouw het lokaal binnen, donker haar omlijst een lief gezicht. Het is net alsof we elkaar al langer kennen zo moeiteloos verloopt het gesprek. Van huis uit is ze Antwerpse, enig kind, haar Nederlands heeft een charmant Belgisch tintje, inmiddels woont ze alweer achttien jaar in een plaatsje vlak bij Gouda. Wat mis je het meest van Antwerpen, vraag ik. ‘Ik mis de taal heel erg, de jovialiteit, de prettige onbehouwenheid, en dat je overal kan binnenstappen en goed kan eten.’

Haar favoriete restaurant is ’t Hofke, wie weet ga ik daar ook eens langs als ik de volgende keer in Antwerpen ben. ‘En wat vind je typisch Nederlands?’ Het calvinisme wat hier heerst, was wel een cultuurshock, vertelt ze en vult aan, ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.’ Ze geeft een ander voorbeeld aan de hand van eten. In Nederland zijn de porties vaak minimaal, er is nét genoeg, terwijl er in België altijd iets over is. Als we het even later over hobbies hebben, verbaast het me niet dat koken naast lezen een van haar geliefde bezigheden is. ‘Ik ben een echte Belg, je mag mij ’s nachts wakker maken voor patat met mayonaise’, en ze verhaalt met enthousiasme over heerlijke mosselgerechten en caracollen.

De liefde heeft haar naar Nederland gebracht. Toen ze vierentwintig was leerde ze een Nederlandse man kennen, ze werden verliefd en vier maanden later woonden ze samen, uiteindelijk kregen ze drie zoons. In 2001 kwam er een eind aan het huwelijk. Een tijd daarna kwam ze ‘een man van weinig woorden’ tegen op de Leidse universiteit waar ze een avondstudie volgde. Inmiddels zijn ze alweer acht jaar gelukkig met elkaar. Wat vind je het allerleukste aan hem, vraag ik. ‘Dat ik niets hoef te zeggen, dat hij mij vooral mogelijkheden geeft zonder daar verwachtingen aan te verbinden. ik kan altijd mezelf zijn, hij geeft me rust. We vullen elkaar ook aan, hebben veel gemeenschappelijke interesses en houden van dezelfde soort films.’ Ik ben benieuwd hoe hij eruitziet, op dat moment weet ik nog niet dat ik hem aan het einde van de middag zal ontmoeten. Hij heeft rood haar, licht ze een tip van de sluier op.

Na de geboorte van haar derde kind is ze Engelse taal- en letterkunde gaan studeren. Toen ze na twee jaar haar studie en gezin ook nog combineerde met het student-assistentschap brak er een heel drukke periode aan. Ze praat met passie over het lesgeven aan studenten: ‘De eerste keer dat ik voor de klas stond, had ik het gevoel dat ik thuiskwam.’ In 2006, een half jaar voor haar afstuderen, werd er plotseling leukemie geconstateerd. Wat toen volgde was een zware tijd waarin ze chemo, bestraling en een stamceltransplantatie onderging. Negen maanden later sloeg de ziekte weer toe, nu werd als laatste redmiddel een zwaardere chemobehandeling gevolgd door een donorstamceltransplantatie ingezet. Het was een zeer heftige periode, waarbij ze meer in het ziekenhuis lag dan daarbuiten. ‘De echte hel zit in je hoofd’, ze vertelt over de zorgen die ze had over haar drie kinderen, echtgenoot en bejaarde ouders. Toch heeft ze de hoop nooit opgegeven en geniet nu nog intenser van haar gezin.

In 2009 krijgt ze een parttime baan in het voortgezet onderwijs. Al vond ze het ook leuk om les te geven aan 1-5 havo-, vwo- en gymnasiumleerlingen, toch is er voor haar wel een groot verschil tussen het lesgeven aan gemotiveerde studenten en verveelde, steeds minder cultureel onderlegde leerlingen. Het afgelopen jaar heeft ze ook nog haar scriptie weten af te maken. Inmiddels is ze leukemievrij, maar als gevolg van de transplantatie van donorcellen heeft ze een chronische vorm van graft versus host op de longen opgelopen. Daardoor moest ze stoppen met werken. Huisvrouw zijn bevalt haar goed, ze houdt van huiselijkheid en is zorgzaam van nature. Vandaag is ze voor het eerst in lange tijd weer buiten. ‘Je hebt me even uit m’n cocon getrokken’, zegt ze met een glimlach.

Als ik over politiek begin, zie ik haar strijdlust weer oplaaien. ‘Iedereen kan op een trampoline springen volgens Rutte, toen ik dat hoorde dacht ik meteen: nou ik niet.‘ Ze vindt het belangrijk om niet cynisch te worden, om solidair te willen zijn. ‘Dan merk ik dat ik het linkse hart van m’n oma heb.’ Ze begint vervolgens over Wikileaks, dat Verhagen en Rutte druk hebben uitgeoefend op de VS om Bos onder druk te zetten. ‘En dat noemt zichzelf integer’, zegt ze fel. Nu we het toch over politici hebben wil ik weleens weten wie een positieve indruk op haar gemaakt heeft en wie niet. Minst favoriet zijn Henk Bleker en Mark Rutte. Favoriet zijn Jan Marijnissen en Bart de Wever, de eerste omdat hij anderen in hun waarde liet en op een duidelijke manier in de politiek stond, de laatste omdat ze het een opluchting vindt dat er eindelijk iemand in België is die spijkers met koppen wil slaan.

Haar muzieksmaak is breed, ze houdt van klassiek waaronder barokmuziek van Henry Purcell, luistert graag naar Bruce Springsteen en Billie Holiday, maar ook een nummer als Gettin’ over you van David Guetta, wat haar kinderen erg leuk vinden, kan ze waarderen. Haar favoriete tv-programma’s zijn onder andere ‘Lewis’, ‘De wereld draait door’, ‘De slimste mens ter wereld’ op Canvas en ‘Michel Roux’s Service’ op de BBC. Daarnaast vindt ze het heerlijk om samen op de bank met man en kinderen naar ‘Glee’ te kijken. Haar lievelingsfilms zijn ‘The usual suspects’, ‘Tous les matins du monde’ en last but not least ‘Pan’s labyrinth’. Op haar nachtkastje ligt momenteel ‘The imperfectionists’ van Tom Rachman, andere boeken die indruk hebben gemaakt zijn ‘A prayer for Owen Meany’ van John Irving en Salman Rushdie’s ‘Midnight’s children’.

‘Welke blogger zou jij kiezen als je deze serie maakte?’ De naam Hippocampi valt, omdat ze hem erg genuanceerd vindt, een verademing op het blog. Inmiddels is het veel later geworden dan we dachten en ze belt haar man op om haar te komen halen. Kort daarna loopt hij, sympathiek gezicht, in gezelschap van zoonlief met krullen en onweerstaanbare glimlach De Zalm binnen. Ook aan hem vraag ik wat hij het allerleukste vindt aan z’n partner. ‘Hiraeth is iemand met een open en ongespeelde intensiteit. Haar spreken gaat ergens over, ze staat voor wat ze voelt en denkt. Ze is de corazon in mijn bestaan.’ Nadat we samen nog iets gedronken hebben, nemen we afscheid. Met de ontmoeting en het verhaal nog vers in m’n hoofd slenter ik over de inmiddels in halfschemer gedompelde grachten terug naar het station. Onderweg koop ik nog gauw een paar strassbellen bij De Oorbel, alleen al de naam lokte me naar binnen.
Marjelle

Hiraeth verlangen om weer thuis te komen

Hiraeth
draait:
Elbow

Advertenties

Beeld van een blogger (5) – So what, man!

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger () – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once bekonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!

(5)
Uitgerekend op de heetste dag van het jaar heb ik een afspraak met Wattman in Antwerpen. ‘Zullen we elkaar ontmoeten bij de fontein op de Grote Markt’, stelde hij per mail voor. Ik vond het wel een mooie openingszin, herinneringen aan een heerlijke vakantie met H. in Rome kwamen naar boven. Het is nog een hele toer om in een tropische 35° met laptop en weekendtas op de fiets te blijven zitten op weg naar Rotterdam Centraal. Gelukkig heb ik diverse T-shirts en ander zomerspul ingepakt, het zweet stroomt nu al van m’n voorhoofd. ‘Straks lekker douchen in het B&B vlak bij het station’, flitst het door me heen. Gedachtenloos hou ik m’n OV-chipkaart voor de incheckpaal, later als ik in de trein m’n mp3-speler aanzet besef ik dat ik natuurlijk een buitenlandkaartje had moeten kopen bij de automaat.

Aangezien ze in België het systeem van chippen niet kennen, is er ook geen paal die zo meteen bevestigt dat ik inderdaad in Antwerpen ben gearriveerd. Ondertussen word ik afgeleid door de stem van de conducteur die ons nu al voor de vijfde keer in drie talen op de hoogte houdt van elke vertraagde minuut en moet glimlachen als ik hem weer geduldig hoor uitleggen ‘the train was standing still at the platform because…’. Ik zet het zonder-kaartje-reizen uit m’n hoofd en duw ook de gedachte aan X. weg. Unfinished business is een van de vervelendste dingen die er is en met ruzie uit elkaar gaan de slechtst denkbare manier. Ik concentreer me op hier en nu en vraag me af welk beeld ik de komende uren van deze blogger en zijn gezin ga krijgen. Hopelijk hebben ze een vijver of opblaasbadje in de tuin, dan kan ik lekker pootjebaden. De trein kabbelt voorbij stationnetjes als ‘Kijkuit‘ en ‘Heide‘, Antwerpen komt langzaam steeds dichterbij.

Enige vertraging en een verkwikkende douche later tref ik Wattman bij de fontein op de zinderende markt. Een vriendelijke, grote man met bril, ik herken hem niet onmiddellijk van z’n avatar en spreek eerst de verkeerde aan. We lopen naar een cafeetje vlakbij, het is er ongewoon rustig midden in de stad en ik drink gretig van m’n cola light. Zijn Limburgse accent doet vertrouwd aan, hij komt uit de buurt van Roermond, vertelt-ie. Mijn ouders kwamen uit Heerlen, ik versta Limburgs dan ook goed, spreek het alleen zelf niet. We springen algauw van de hak op de tak, hij druk gebarend, een snelle prater, ik nog enigszins bedwelmd door de hitte, het gesjouw en de drukte in deze grootstad. Ik ben benieuwd naar zijn huis midden in de Antwerpse haven in een van de vele forts die de stad rijk is.

Als we binnenkomen staat de tv nog aan, Nederland heeft net met 2-1 van Brazilië gewonnen, roept A., z’n echtgenote, enthousiast. Een aardige vrouw met een lief gezicht, die in tegenstelling tot Wattman het voetballen op de voet volgt, gedenkwaardig is zijn uitspraak ‘schatteke, ik zal wel afwassen, kijkt gij maar naar de voetbal’. Ondertussen ligt baby C. op de bank de wereld door donkerbruine ogen te bekijken. Voorzichtig pak ik een garnalenvingertje beet en begroet hem. Hij trekt eerst een snuitje, maar dan breekt er toch een lachje door. Hij is schattig en ook zo rustig, iets dat ik die avond nog vaker zal zeggen. Ik kijk om me heen in dit prachtige oude fort, de zware houten voordeur en vuistdikke muren vallen meteen op, de mooie ovale ramen met uitzicht op de terrastuin, het is een bijzondere ruimte op een idyllische groenplek vlak bij de Schelde. Gelukkig is het er ook relatief koel waardoor we besluiten hier verder te praten.

Het gesprek komt op relaties, nieuwe mensen ontmoeten. ‘In de kroeg kom je ze niet tegen’, zegt hij en vertelt dat hij zich een paar jaar na zijn scheiding had ingeschreven bij Parship waar hij algauw A. leerde kennen. Vanaf dat moment ging het in sneltreinvaart, na zes maanden woonden ze samen en een jaar later waren ze getrouwd. De keuze om in Antwerpen te gaan wonen was een relatief eenvoudige. Voor zijn werk was hij al gewend om van z’n Roermondse boerderij naar Tilburg te rijden, waar hij een leuke baan heeft als docent geschiedenis en ook communicatievakken en coaching geeft, de rit Antwerpen-Tilburg duurde ongeveer even lang. Inmiddels woont hij er nu drie jaar en het bevalt hem uitstekend. Het grootste verschil met Nederland vindt hij de meer bourgondische aard van de Belg, iets dat hem zeer aanspreekt. ‘Ik zou niet meer terug willen’, beklemtoont hij.



Wel is hij hier meteen lid geworden
van de Antwerpse Politiekapel
nadat hij 25 jaar bij een Limburgse harmonie heeft gespeeld, want muziek maken is zijn grote hobby, daarnaast heeft hij er ook een aantal goede vrienden aan overgehouden. Verder is hij een liefhebber van Beethoven, renaissancemuziek, Duitse schlagers en chansonniers als Shaffy en Bécaud. Op een gegeven moment komt het gesprek op voeding en diëten, hij blijkt in anderhalf jaar tijd 65 kilo te zijn afgevallen door middel van een streng dieet en intensief bewegen, een bijzondere prestatie. Als even later zijn vrouw erbij komt zitten, vraag ik wat haar in eerste instantie in Wattman het meeste aantrok. ‘Zijn schrijfstijl, vlotte pen en levenswijsheid’, antwoordt ze zonder nadenken, ‘en hij zag er ook nog eens goed uit’.

We praten even over haar baan als hoofdverpleegkundige op een geronto-psychiatrische afdeling. Momenteel is ze nog met zwangerschapsverlof, in België begint dat een maand eerder dan in Nederland en duurt het ook een maand langer. De korte nachten beginnen nu wel hun sporen achter te laten, voor twaalven gaan ze nooit naar bed, want baby C. krijgt dan een dubbele voeding in z’n PEG-sonde. Om zes uur gaat onverbiddelijk de wekker weer omdat hij dan een nieuwe sonde nodig heeft, iets dat in de loop van de dag om de vier uur herhaald moet worden. Het is inmiddels al na middernacht, ik ben moe van de warmte, alle indrukken en neem afscheid van Wattman. Ik loop mee met A. die zo aardig is om mij terug te brengen naar de B&B vlak bij het station. Een rit van een half uur, maar de tijd vliegt terwijl we aan het praten zijn. Als ik even later de voordeur van het slot haal, zwaai ik nog even naar haar.
Marjelle

Wattman draait:

Jacques Brel