Tagarchief: wattman

Beeld van een blogger (5) – So what, man!

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger () – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once bekonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!

(5)
Uitgerekend op de heetste dag van het jaar heb ik een afspraak met Wattman in Antwerpen. ‘Zullen we elkaar ontmoeten bij de fontein op de Grote Markt’, stelde hij per mail voor. Ik vond het wel een mooie openingszin, herinneringen aan een heerlijke vakantie met H. in Rome kwamen naar boven. Het is nog een hele toer om in een tropische 35° met laptop en weekendtas op de fiets te blijven zitten op weg naar Rotterdam Centraal. Gelukkig heb ik diverse T-shirts en ander zomerspul ingepakt, het zweet stroomt nu al van m’n voorhoofd. ‘Straks lekker douchen in het B&B vlak bij het station’, flitst het door me heen. Gedachtenloos hou ik m’n OV-chipkaart voor de incheckpaal, later als ik in de trein m’n mp3-speler aanzet besef ik dat ik natuurlijk een buitenlandkaartje had moeten kopen bij de automaat.

Aangezien ze in België het systeem van chippen niet kennen, is er ook geen paal die zo meteen bevestigt dat ik inderdaad in Antwerpen ben gearriveerd. Ondertussen word ik afgeleid door de stem van de conducteur die ons nu al voor de vijfde keer in drie talen op de hoogte houdt van elke vertraagde minuut en moet glimlachen als ik hem weer geduldig hoor uitleggen ‘the train was standing still at the platform because…’. Ik zet het zonder-kaartje-reizen uit m’n hoofd en duw ook de gedachte aan X. weg. Unfinished business is een van de vervelendste dingen die er is en met ruzie uit elkaar gaan de slechtst denkbare manier. Ik concentreer me op hier en nu en vraag me af welk beeld ik de komende uren van deze blogger en zijn gezin ga krijgen. Hopelijk hebben ze een vijver of opblaasbadje in de tuin, dan kan ik lekker pootjebaden. De trein kabbelt voorbij stationnetjes als ‘Kijkuit‘ en ‘Heide‘, Antwerpen komt langzaam steeds dichterbij.

Enige vertraging en een verkwikkende douche later tref ik Wattman bij de fontein op de zinderende markt. Een vriendelijke, grote man met bril, ik herken hem niet onmiddellijk van z’n avatar en spreek eerst de verkeerde aan. We lopen naar een cafeetje vlakbij, het is er ongewoon rustig midden in de stad en ik drink gretig van m’n cola light. Zijn Limburgse accent doet vertrouwd aan, hij komt uit de buurt van Roermond, vertelt-ie. Mijn ouders kwamen uit Heerlen, ik versta Limburgs dan ook goed, spreek het alleen zelf niet. We springen algauw van de hak op de tak, hij druk gebarend, een snelle prater, ik nog enigszins bedwelmd door de hitte, het gesjouw en de drukte in deze grootstad. Ik ben benieuwd naar zijn huis midden in de Antwerpse haven in een van de vele forts die de stad rijk is.

Als we binnenkomen staat de tv nog aan, Nederland heeft net met 2-1 van Brazilië gewonnen, roept A., z’n echtgenote, enthousiast. Een aardige vrouw met een lief gezicht, die in tegenstelling tot Wattman het voetballen op de voet volgt, gedenkwaardig is zijn uitspraak ‘schatteke, ik zal wel afwassen, kijkt gij maar naar de voetbal’. Ondertussen ligt baby C. op de bank de wereld door donkerbruine ogen te bekijken. Voorzichtig pak ik een garnalenvingertje beet en begroet hem. Hij trekt eerst een snuitje, maar dan breekt er toch een lachje door. Hij is schattig en ook zo rustig, iets dat ik die avond nog vaker zal zeggen. Ik kijk om me heen in dit prachtige oude fort, de zware houten voordeur en vuistdikke muren vallen meteen op, de mooie ovale ramen met uitzicht op de terrastuin, het is een bijzondere ruimte op een idyllische groenplek vlak bij de Schelde. Gelukkig is het er ook relatief koel waardoor we besluiten hier verder te praten.

Het gesprek komt op relaties, nieuwe mensen ontmoeten. ‘In de kroeg kom je ze niet tegen’, zegt hij en vertelt dat hij zich een paar jaar na zijn scheiding had ingeschreven bij Parship waar hij algauw A. leerde kennen. Vanaf dat moment ging het in sneltreinvaart, na zes maanden woonden ze samen en een jaar later waren ze getrouwd. De keuze om in Antwerpen te gaan wonen was een relatief eenvoudige. Voor zijn werk was hij al gewend om van z’n Roermondse boerderij naar Tilburg te rijden, waar hij een leuke baan heeft als docent geschiedenis en ook communicatievakken en coaching geeft, de rit Antwerpen-Tilburg duurde ongeveer even lang. Inmiddels woont hij er nu drie jaar en het bevalt hem uitstekend. Het grootste verschil met Nederland vindt hij de meer bourgondische aard van de Belg, iets dat hem zeer aanspreekt. ‘Ik zou niet meer terug willen’, beklemtoont hij.



Wel is hij hier meteen lid geworden
van de Antwerpse Politiekapel
nadat hij 25 jaar bij een Limburgse harmonie heeft gespeeld, want muziek maken is zijn grote hobby, daarnaast heeft hij er ook een aantal goede vrienden aan overgehouden. Verder is hij een liefhebber van Beethoven, renaissancemuziek, Duitse schlagers en chansonniers als Shaffy en Bécaud. Op een gegeven moment komt het gesprek op voeding en diëten, hij blijkt in anderhalf jaar tijd 65 kilo te zijn afgevallen door middel van een streng dieet en intensief bewegen, een bijzondere prestatie. Als even later zijn vrouw erbij komt zitten, vraag ik wat haar in eerste instantie in Wattman het meeste aantrok. ‘Zijn schrijfstijl, vlotte pen en levenswijsheid’, antwoordt ze zonder nadenken, ‘en hij zag er ook nog eens goed uit’.

We praten even over haar baan als hoofdverpleegkundige op een geronto-psychiatrische afdeling. Momenteel is ze nog met zwangerschapsverlof, in België begint dat een maand eerder dan in Nederland en duurt het ook een maand langer. De korte nachten beginnen nu wel hun sporen achter te laten, voor twaalven gaan ze nooit naar bed, want baby C. krijgt dan een dubbele voeding in z’n PEG-sonde. Om zes uur gaat onverbiddelijk de wekker weer omdat hij dan een nieuwe sonde nodig heeft, iets dat in de loop van de dag om de vier uur herhaald moet worden. Het is inmiddels al na middernacht, ik ben moe van de warmte, alle indrukken en neem afscheid van Wattman. Ik loop mee met A. die zo aardig is om mij terug te brengen naar de B&B vlak bij het station. Een rit van een half uur, maar de tijd vliegt terwijl we aan het praten zijn. Als ik even later de voordeur van het slot haal, zwaai ik nog even naar haar.
Marjelle

Wattman draait:

Jacques Brel

Advertenties