Tagarchief: persoonlijk

Beeld van een blogger (14) – Ik wil alleen maar zwemmen!

(14)
Tijdens m’n reis naar het Land van Maas en Waal passeert de trein een aantal slaperige stationnetjes, door het raam flitst een groene lappendeken met hier en daar plukjes koeien en paarden voorbij. Ik ben benieuwd hoe deze ontmoeting zal verlopen, voor het eerst ga ik naar een jarige blogger toe en zal ik ook haar familie en een paar vrienden ontmoeten. Als ik met weekendtas en laptop om m’n nek het station uitloop zie ik een vrouw staan bij de bushalte. We begroeten elkaar, het is inderdaad Suiker. Ik stap bij haar in de auto en we gaan op weg naar de camping waar ze al vaker over heeft geschreven. Binnen word ik verwelkomd door de hele familie, vier kinderen plus aanhang en ex-man, zelfs Koko, de grijze roodstaartpapegaai doet een duit in het zakje. Het is even een beetje onwennig tussen allemaal vreemden, maar iedereen is hartelijk en ik besluit het gewoon over me heen te laten komen. Leuk zo’n druk, hecht gezin, ik kijk er met enige verwondering en vertedering naar, ik kom zelf uit een heel ander nest.



Na een paar koppen thee
brengt Suiker me naar het Bed & Breakfast waar ik die nacht zal slapen. Mooie, ruime kamer, ik pak m’n spullen uit en check nog even inkomende mail en tweets op m’n laptop. De camping ligt gelukkig vlakbij, op m’n gemak loop ik weer terug en let op of ik onderweg geen loslopende honden tegenkom. Inmiddels is het gezelschap uitgebreid en even later arriveert ook C., een goede vriend. Een opvallende man met lieve ogen waar ik al snel mee aan de praat raak over dierenwelzijn en biologische veeteelt.  Hij is momenteel bezig in Gambia met het opzetten van een landbouwproject. Hét moment ook om even in de schuur te gaan kijken waar ik samen met middelste zoon B. en vriend de witte en zwarte Suiker-kuikens bewonder die onder de warmtelamp ronddartelen.

Op de tafel staan allerlei lekkere hapjes uitgestald, ik besmeer een stokbroodje en praat ondertussen met dochter M. Ze vertelt over de précampingperiode toen ze nog in een rijtjeshuis in Doetinchem woonden, kijkt me lachend aan en zegt, ‘we zijn ook normaal geweest, hoor!’ Rond elven besluit het hele gezelschap naar een kroeg in de buurt te gaan, ik stap bij Suiker in de auto. Het valt me op dat er vooral mannen aanwezig zijn. Later verkassen we naar het café van Peer in een nabijgelegen dorpje. Ik moet glimlachen als ik naar mezelf kijk, het is midden in de nacht en vele glazen rode wijn later, ik bevind me in een kroeg ergens in the middle of nowhere en praat met inmiddels meer en minder onbekenden. Het is een van de meest memorabele ontmoetingen, bedenk ik. Rond half drie is oudste zoon B. zo aardig om me bij m’n B&B af te zetten. Als we stilletjes naar binnen lopen slaat de hond aan. Gelukkig is hij handiger met de sleutel dan ik, dankzij hem kom ik m’n kamer binnen.

De volgende dag neemt Suiker me mee naar naar een dorp in de buurt waar we verder praten op een winderig terras met uitzicht op het water. Ik voel me nogal brak na vannacht en zij gaat na de koffie meteen aan de Ibuprofen. Ze vertelt over de periode in Doetinchem toen ze geen werk had en op het idee kwam om een picknickservice op te zetten. ‘Leuk, mandjes voor twee personen naar het bos brengen’, ze zag het helemaal voor zich. Dat idee sloeg zo aan dat in no time haar huis bomvol spullen stond. Toen vervolgens de Warenwet zich met haar keuken ging bemoeien moest ze op zoek naar een bedrijfsmodel. Helaas waren die onbetaalbaar wat het einde betekende van haar cateringavontuur, maar wel het begin was van een nieuw. Al surfend was ze op Internet een restaurant tegengekomen wat zij en haar toenmalige man wilden overnemen. Ook de kinderen zagen het wel zitten, dus er leek geen wolkje aan de lucht.



Helaas duurde
de restaurantperiode maar kort, met stookkosten die de pan uitvlogen en tegenvallende inkomsten werd na anderhalf jaar het faillissement uitgesproken. Toch heeft ze er geen spijt van, ze hebben ook mooie dingen meegemaakt. Vervolgens brak er een heel zware tijd aan, geen woonruimte, geen geld, het gezin viel uit elkaar, haar dochter en middelste zoon gingen het huis uit en na dertien jaar kwam er ook een einde aan haar tweede huwelijk. Wat heb je in die periode als het meest moeilijke ervaren, vraag ik haar. Ze vertelt dat ze het emotioneel heel zwaar heeft gehad met alles en er spijt van heeft dat ze haar kinderen zo hard heeft laten werken toen. Vorig jaar zat ze er helemaal doorheen, maar werd toch al vrij snel na het faillissement parttime gastvrouw in een buurthuis, daarna heeft ze nog diverse baantjes gehad.

Momenteel werkt ze elke vrijdag als kok in een restaurant. Ze moet nog steeds verplicht solliciteren op banen van veertig uur, al wil ze dat liever niet in verband met D., de jongste van acht, die ook veel aandacht nodig heeft. Recent heeft ze gereageerd op de vacature van redacteur-kok bij een kookmagazine, een baan die haar op het lijf geschreven is. Helaas ging uiteindelijk toch de voorkeur naar een andere kandidaat. Gelukkig heeft ze een schappelijke curator schuldsanering die wel enig begrip voor haar situatie heeft. Ze legt uit dat ze kort geleden zelfs een noodbrief aan de kerk heeft gestuurd omdat ze de 700,00 € die nodig was om de caravan brandveilig te maken niet kon betalen en anders afgesloten zou worden van water en licht. In dit geval bood de kerk een helpende hand.

‘Wat vind je het vervelendste en het leukste van op de camping wonen?’ Ze denkt even na, ‘het vervelendste is de onzekerheid, de eisen van het bestemmingsplan worden steeds meer aangetrokken en het is de vraag of je op den duur hier permanent mag blijven wonen’. Ze vervolgt, ‘het leukste is de vrijheid, net een beetje of je buiten de maatschappij zit en voor de jongste is het ook heerlijk!’ ‘Je hebt leuke kinderen’, zeg ik tegen haar. Ze glimlacht instemmend. ‘Kun je bij alle vier een korte quote geven, wat komt er als eerste in je op als je aan ze denkt?’ Ze begint bij die van acht, ‘het is echt een heel lief jongetje!’ en vervolgt met die van negentien, ‘hij is creatief en gevoelig’. Over die van eenentwintig zegt ze, ‘hij is een avonturier in alle opzichten’. Ten slotte komt die van drieëntwintig aan bod, ‘zij is mij in het kwadraat!’



Haar favoriete film
is ‘One Flew over the Cuckoo’s Nest’, net als ik heeft ze die vaak gezien.  Op boekengebied noemt ze Stephen King, ze heeft alles van hem. ‘Beekman en Beekman’ van Toon Kortooms heeft ook indruk gemaakt en verder leest ze graag Jan Wolkers, J.M.A. Biesheuvel en Renate Dorrestein. Tv kijkt ze erg weinig, al maakt ze een uitzondering voor ‘Eastenders’, een soap die door de BBC uitgezonden wordt. Ze houdt van veel verschillende muzieksoorten, afhankelijk van haar bui draait ze de ene keer Bon Jovi, de andere keer Jim Reeves of Simon & Garfunkel. Als het gesprek op sporten komt zucht ze hartgrondig, ze houdt er helemaal niet van en heeft dan ook geen conditie. Ze vertelt me over die keer dat ze hijgend een heuvel op probeerde te komen en een kwartier later nog steeds buiten adem was. Op de vraag ‘wie zou jij kiezen als je deze serie deed?’ antwoordt ze Appelvrouw.
Marjelle

Suiker draait:
Adele

*Ik wil alleen maar zwemmen Spinvis

Advertenties

Kijkje achter de schermen bij ‘Beeld van een blogger’

Aan het begin van De reünie vertelt Rob Kamphues een aantal bijzonderheden over de klasgenoten die elkaar nu zoveel jaar later weer in de schoolbanken terugzien. Wie is er uiteindelijk miljonair geworden? of Een van jullie heeft een aantal jaar in de gevangenis gezeten. Aan het eind van het programma zijn alle vragen beantwoord, maar dat doe ik hier niet. Na 13 bloggers in beeld volgt nu een overzicht van blog(w)aardigheden, om welke persoon het gaat laat ik in het midden, slechts een tip van de blogsluier wordt opgelicht.


• Eén blogger* praatte nog sneller dan ik.
Voor publicatie stuur ik iedereen het blog ter lezing, één blogger ging daarbij wel bijzonder eigengereid te werk, hij stuurde het stuk in gewijzigde vorm terug met een andere titel erboven.
Er was ook een blogger die er uitsprong wat betreft interesse in mij, hij stelde vragen over míjn leven.
Een van de aardigste bloggers communiceerde op zo’n andere manier dat het voor mij soms bijna niet te volgen was, dat blog schrijven heeft me dan ook echt bloed, zweet & tranen gekost.
Een andere blogger viel op door het aantal katten.
12 van de 13 bloggers hebben me getrakteerd, dat varieerde van een paar drankjes tot complete maaltijden.
Eén blogger deed me een beetje aan mezelf denken qua speelsheid, enthousiasme en felheid.
Er was er ook eentje bij die totaal anders was dan de schrijfstijl deed vermoeden, een verschil van dag en nacht.
Op één plaats werd zoveel gerookt dat ik het ter plekke benauwd kreeg.
1 van de 13 bloggers bood me zelfs een bed aan, waar ik later ook dankbaar gebruik van heb gemaakt.
Bij één blogger kwam ik in zo’n andere wereld terecht dat ik even moest acclimatiseren.
Weer een andere blogger had besloten dat onze middagafspraak een avondvervolg zou krijgen en had al een tafel gereserveerd, hij was alleen vergeten mij te vragen of ik dat ook wilde.
Marjelle

A sunday smile Beirut

*Met ‘blogger’ wordt steeds M/V bedoeld

Beeld van een blogger (12) – Man met een mening!

(12)
De reis naar Schiphol verloopt voorspoedig, om 13:15 uur kom ik aan op het perron, ruim op tijd voor mijn afspraak met m’n twaalfde blogger. Ik besluit nog even snel naar het panoramaterras te gaan om een paar foto’s te maken. Het is een prachtige zonnige dag en ik geniet als ik even later uitkijk over de wereld die Schiphol is. Het is alleen een stuk verder dan ik gedacht had, dus ik haast me terug naar de roodwitte kubus waar we hebben afgesproken. Op het bankje ernaast zie ik een bekend gezicht, Meneer Opinie kijkt vermoeid voor zich uit, hij is net geland uit Panama. We begroeten elkaar hartelijk en beginnen meteen druk te praten, hij bijna nog sneller dan ik. In de verte doet zijn stem denken aan die van Herman van Veen.

Vlakbij bevindt zich een Délifrance Plaza met buitenterras, bij een kop koffie en een tonic & thee zetten we onze kennismaking voort. Hij komt nog vrij energiek over na een vlucht van ruim tien uur. Sympathieke man met gevoel voor humor en to the point, daar hou ik van, niet van mensen die overdreven aardig doen en het uiteindelijk niet zijn. IJverig begin ik aantekeningen te maken terwijl het oorverdovende geschraap van zinken stoelen op het drukke terras me regelmatig afleidt en de zon brandt op m’n gezicht. Hij heeft biologie gestudeerd aan Hogeschool Wageningen, vertelt hij, daar heeft hij ook mevrouw Opinie ontmoet die dezelfde studie volgde. In 1991 is hij samen met haar vertrokken uit Nederland om in Zimbabwe onderzoek te doen naar het gedrag van de tseetseevlieg.

Hij praat enthousiast over die tijd, ze woonden in Harare in een huis met zwembad. De meeste mensen spraken er Engels, ook de voorzieningen waren goed, het was een soort van ‘Afrika voor beginners’. Zijn vrouw werkte ondertussen als vrijwilligster bij duurzame landbouwprojecten. De afspraak was dat de keer erna de rollen omgedraaid zouden worden, dan zou  Meneer Mevrouw naar verre oorden volgen. Toen na drieëneenhalf jaar zijn promotieonderzoek in het het Mana Pools National Park was afgerond, kwam er helaas een eind aan deze ‘onderzoeker in het wild’-periode. Eenmaal in Nederland moest hij eerst nog een proefschrift schrijven, in diezelfde periode kreeg zijn vrouw een baan in Mozambique aangeboden.

Ruim een half jaar later reisde hij haar achterna, precies zoals indertijd was afgesproken. Hij kwam in een onbekende omgeving terecht waar zijn vrouw inmiddels al behoorlijk ingeburgerd was en besloot zo snel mogelijk Portugees te leren. Hun huis keek uit op de Indische Oceaan en ze gingen om met ‘een leuke club mensen’, een mix van buitenlanders en locals. Het was drie jaar na de burgeroorlog, de bevolking was straatarm, maar al snel verbeterde de levensstandaard, op een gegeven moment zag je zelfs omaatjes in een ‘I’m too sexy for my shirt’-hemd rondlopen. Hij werkte er als freelancer voor GTZ en niet-gouvernementele organisaties zoals Vetaid. Hun droom was een eco-hotel te beginnen in de ongerepte Mozambikaanse natuur, maar door corruptie en tegenwerking resulteerde dit uiteindelijk in een nachtmerrie en besloten ze voor Panama te kiezen.

Wat is het meest opvallende van dit land, vraag ik hem. Panamezen zijn een ondernemend volk, vertelt hij, en over het algemeen ook veel beter opgeleid, het landschap is mooi, zo’n beetje ‘de tropische versie van Nederland in de jaren 50’. Hij gaat verder, ‘er is kleinschalige landbouw en er zijn prachtige stranden’. ‘Jammer dat het zo ver weg is’, zeg ik, ‘ik krijg zin om ernaar toe te gaan’.  In 2006 zijn ze op een herbebossingsvisum binnengekomen, de beginperiode hebben ze in Panama Stad gebivakkeerd. Later toen ze hun droomplek in Palmilla hadden gevonden, een piepklein dorpje met slechts zeventien huizen, zijn ze daar neergestreken. Hier staat hun hotel, het lieflijke Heliconia vernoemd naar een tropische bloem, omzoomd door acht hectare grond. Eén van de eerste dingen die ze gedaan hebben was bomen planten, lokale houtsoorten zoals mahonie, ebbenhout, Spaanse ceder, soorten die veel vogels aantrekken. Zijn lievelingsvogel is de langsnavelsterkeelkolibrie.

Niet alleen heersen er tropische temperaturen en is het strand slechts 1500 m ervandaan, ook paarden, zeeschildpadden en dolfijnen bevinden zich in de nabije omgeving. Op 50 km ligt het prachtige natuurpark Cerro Hoya. In datzelfde jaar hebben ze Tanager Tourism opgericht. Eind 2007 werd hij toen gevraagd door de GFA Consulting Group om twee jaar in Angola te komen werken als ‘technical expert’. Aangezien het hotel nog in de steigers stond, er geld nodig was en hij het een uitdagende baan vond is hij op dat aanbod ingegaan. In de praktijk betekende dit wel dat hij mevrouw Opinie in die hele periode maar twaalf weken heeft gezien en dat was zwaar. Begin 2010 opende het hotel uiteindelijk zijn deuren. Mevrouw Opinie is degene die meestal voor de gasten kookt, een populair Indiaas gerecht is yoghurtrijst*. Ze eten ook Hollandse pot, hij is dol op rode kool met hachee. Naast alle drukke werkzaamheden zijn ze beiden ook nog freelance consultants.

Het gesprek komt op muziek, hij houdt van jazz, maar ook van Nick Cave, Beck en Lou Reed. Ik vraag naar zijn favoriete films. ‘Kaos’, ‘Lolita’, ‘The Sheltering Sky’ en ‘Round Midnight’ zijn de eerste titels die in hem opkomen. Een tv hebben ze niet, via de Volkskrant-site en de lokale krant El País houdt hij zich op de hoogte van het nieuws. De boeken die het meeste indruk gemaakt hebben zijn ‘Het land van herkomst’ van Du Perron, ‘Reis naar het einde van de nacht’ van Céline en ‘Lolita’ van Nabokov. ‘Ik heb een voorkeur voor schoften’, licht hij  zijn keus toe, ‘die zijn veel interessanter dan heilige boontjes’. Als ik hem vervolgens vraag welke blogger hij zou kiezen als hij deze serie deed, antwoordt hij Doortje.

Inmiddels zijn we al een aantal uur aan het praten, maar over politiek hebben we het nog nauwelijks gehad. Ik informeer wie zijn favoriete en minst favoriete politicus is. Onmiddellijk valt de naam van Geert Wilders, ‘wat me het meest irriteert is de enorme hypocrisie van die man’. Ook Hero Brinkman wordt in één adem genoemd. Sowieso kan hij zich kwaad maken over politici die zichzelf en anderen wat wijsmaken. ‘Bijvoorbeeld iets “enhanced interrogation techniques” noemen, zeg toch gewoon dat je mensen martelt’. Ik knik instemmend, het zijn zaken waar ik me ook vaker over opwind. ‘Het is heel moeilijk om een politicus op een waarheid te betrappen’, voegt hij eraan toe. Een echte favoriet heeft hij niet, maar Jan Marijnissen vond hij het zeker niet slecht doen.

Verder kan hij zich ook druk maken over waarom er zo weinig geld aan de bestrijding van de malariamug besteed wordt terwijl er elk jaar één miljoen kinderen in Afrika sterven en alle technieken in huis zijn om malaria uit te roeien, alleen de politieke wil ontbreekt. ‘Degenen die toen verantwoordelijk waren voor het verbod op DDT en dat erdoor gedrukt hebben, zoals Rachel Carson en William Ruckelshaus, zouden voor een tribunaal moeten worden gesleept’, zegt hij fel en doet de titel eer aan. Ik wil nog even een paar laatste dingen weten en vraag of hij nog iets mist van Nederland. ‘Drop’, hij grinnikt. ‘Je komt ook minder in contact met cultuur, zoals theater en dans’, en vervolgt, ‘ik ben het wel ontwend na al die jaren en heb nu meer een thuisgevoel in Panama bij m’n vrouw en ons hotel’.

Wat vind je het leukste aan haar, informeer ik. ‘Dat ze onafhankelijk is op het eigenwijze af en intelligent. We wilden ook allebei geen kinderen en hadden dezelfde droom om in het buitenland te werken aan een betere wereld en niet zozeer werken voor een hoog salaris’. Via mail stel ik dezelfde vraag aan mevrouw Opinie. ‘Het leukste is denk ik het enthousiasme van hem en daarbij de enorme dedicatie waarmee hij zich vastbijt om iets vol te houden of uit te voeren. Ik geniet daarvan (zeker omdat ik zelf ook regelmatig het onderwerp ben van die dedicatie ; )). Ik denk dat we samen veel dingen aankunnen waar de meeste mensen niet eens aan durven te beginnen. Samen sterk, en we hoeven dus ook niet achterom te kijken naar hadden we dit of dat maar gedaan… Kees houdt van mij en ik van hem en dat is geweldig leuk’.  Heb je nu nog dromen, vraag ik hem ten slotte. ‘Ja’, zegt hij, ‘ons babybos moet groeien tot er uiteindelijk ara’s en apen in kunnen leven!’
Marjelle

Meneer Opinie draait:
Gare du Nord

* Yoghurtrijst (Masuru anna) op Opiniaanse wijze
(Uit: ‘A taste of India’, Madhur Jaffrey)
Voor 2-3 personen

  • 100 gr witte rijst wassen en daarna 25 min. in water laten weken;
  • ondertussen 250 ml yoghurt en ½ tl zout samenkloppen;
  • 2,5 cm verse gember schillen en fijnsnijden, vervolgens 2 groene hete pepertjes (of 2 tl groene chilisaus gebruiken) en 1 tl verse koriander fijnsnijden;
  • roer dit door de geklopte yoghurt;
  • water koken,  als het aan de kook is gebracht de geweekte rijst toevoegen en 15 min. stevig laten doorkoken;
  • daarna afgieten en mengen met de geklopte yoghurt en de ingrediënten;
  • in een pan 1 el olie verhitten (geen olijfolie) op middelmatig vuur [we koken op gas] en dan 1 tl mosterdzaad toevoegen [wij hebben alleen de gele variant];
  • als de zaadjes beginnen te poppen, voeg je 2 tl gespleten rode linzen (dahl) toe, fruit die ca. 1 min.;
  • doe er curryblaadjes bij (geen laurierblaadjes!) en na 1 min. droge rode chilipepers (of 1 tl cayennepeper);
  • even al roerend bakken, daarna alles over de yoghurtrijst gieten en kort roeren (tot de curryblaadjes stuk knisperen);
  • serveren op kamertemperatuur, erg lekker bij verse tonijn met tamarindesaus.
    Eet smakelijk!

Beeld van een blogger (11) – In gesprek met… Hiraeth

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger (1) – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once belonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!
Beeld van een blogger (5) – So what, man!
Beeld van een blogger (6) – He blew me away!
Beeld van een blogger (7) – Kiezels in m’n schoenen
Beeld van een blogger (8) – Tweestemmig met Geroma!
Beeld van een blogger (9) – Met Henk op het Binnenhofplein
Beeld van een blogger (10) – Apies kijken?

(11)
Het is precies 12.00 uur
als ik in hotel De Zalm arriveer. Ik kijk speurend om me heen, begroet een man die ik ten onrechte aanzie voor een medewerker en kies een tafeltje aan de muur. M’n mobieltje galmt opeens door de ruimte, het is Hiraeth, ze staat vast in het verkeer en komt er zo snel mogelijk aan. ‘Ik zit al aan de thee’, zeg ik. Even later stapt een kleine, tengere vrouw het lokaal binnen, donker haar omlijst een lief gezicht. Het is net alsof we elkaar al langer kennen zo moeiteloos verloopt het gesprek. Van huis uit is ze Antwerpse, enig kind, haar Nederlands heeft een charmant Belgisch tintje, inmiddels woont ze alweer achttien jaar in een plaatsje vlak bij Gouda. Wat mis je het meest van Antwerpen, vraag ik. ‘Ik mis de taal heel erg, de jovialiteit, de prettige onbehouwenheid, en dat je overal kan binnenstappen en goed kan eten.’

Haar favoriete restaurant is ’t Hofke, wie weet ga ik daar ook eens langs als ik de volgende keer in Antwerpen ben. ‘En wat vind je typisch Nederlands?’ Het calvinisme wat hier heerst, was wel een cultuurshock, vertelt ze en vult aan, ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg.’ Ze geeft een ander voorbeeld aan de hand van eten. In Nederland zijn de porties vaak minimaal, er is nét genoeg, terwijl er in België altijd iets over is. Als we het even later over hobbies hebben, verbaast het me niet dat koken naast lezen een van haar geliefde bezigheden is. ‘Ik ben een echte Belg, je mag mij ’s nachts wakker maken voor patat met mayonaise’, en ze verhaalt met enthousiasme over heerlijke mosselgerechten en caracollen.

De liefde heeft haar naar Nederland gebracht. Toen ze vierentwintig was leerde ze een Nederlandse man kennen, ze werden verliefd en vier maanden later woonden ze samen, uiteindelijk kregen ze drie zoons. In 2001 kwam er een eind aan het huwelijk. Een tijd daarna kwam ze ‘een man van weinig woorden’ tegen op de Leidse universiteit waar ze een avondstudie volgde. Inmiddels zijn ze alweer acht jaar gelukkig met elkaar. Wat vind je het allerleukste aan hem, vraag ik. ‘Dat ik niets hoef te zeggen, dat hij mij vooral mogelijkheden geeft zonder daar verwachtingen aan te verbinden. ik kan altijd mezelf zijn, hij geeft me rust. We vullen elkaar ook aan, hebben veel gemeenschappelijke interesses en houden van dezelfde soort films.’ Ik ben benieuwd hoe hij eruitziet, op dat moment weet ik nog niet dat ik hem aan het einde van de middag zal ontmoeten. Hij heeft rood haar, licht ze een tip van de sluier op.

Na de geboorte van haar derde kind is ze Engelse taal- en letterkunde gaan studeren. Toen ze na twee jaar haar studie en gezin ook nog combineerde met het student-assistentschap brak er een heel drukke periode aan. Ze praat met passie over het lesgeven aan studenten: ‘De eerste keer dat ik voor de klas stond, had ik het gevoel dat ik thuiskwam.’ In 2006, een half jaar voor haar afstuderen, werd er plotseling leukemie geconstateerd. Wat toen volgde was een zware tijd waarin ze chemo, bestraling en een stamceltransplantatie onderging. Negen maanden later sloeg de ziekte weer toe, nu werd als laatste redmiddel een zwaardere chemobehandeling gevolgd door een donorstamceltransplantatie ingezet. Het was een zeer heftige periode, waarbij ze meer in het ziekenhuis lag dan daarbuiten. ‘De echte hel zit in je hoofd’, ze vertelt over de zorgen die ze had over haar drie kinderen, echtgenoot en bejaarde ouders. Toch heeft ze de hoop nooit opgegeven en geniet nu nog intenser van haar gezin.

In 2009 krijgt ze een parttime baan in het voortgezet onderwijs. Al vond ze het ook leuk om les te geven aan 1-5 havo-, vwo- en gymnasiumleerlingen, toch is er voor haar wel een groot verschil tussen het lesgeven aan gemotiveerde studenten en verveelde, steeds minder cultureel onderlegde leerlingen. Het afgelopen jaar heeft ze ook nog haar scriptie weten af te maken. Inmiddels is ze leukemievrij, maar als gevolg van de transplantatie van donorcellen heeft ze een chronische vorm van graft versus host op de longen opgelopen. Daardoor moest ze stoppen met werken. Huisvrouw zijn bevalt haar goed, ze houdt van huiselijkheid en is zorgzaam van nature. Vandaag is ze voor het eerst in lange tijd weer buiten. ‘Je hebt me even uit m’n cocon getrokken’, zegt ze met een glimlach.

Als ik over politiek begin, zie ik haar strijdlust weer oplaaien. ‘Iedereen kan op een trampoline springen volgens Rutte, toen ik dat hoorde dacht ik meteen: nou ik niet.‘ Ze vindt het belangrijk om niet cynisch te worden, om solidair te willen zijn. ‘Dan merk ik dat ik het linkse hart van m’n oma heb.’ Ze begint vervolgens over Wikileaks, dat Verhagen en Rutte druk hebben uitgeoefend op de VS om Bos onder druk te zetten. ‘En dat noemt zichzelf integer’, zegt ze fel. Nu we het toch over politici hebben wil ik weleens weten wie een positieve indruk op haar gemaakt heeft en wie niet. Minst favoriet zijn Henk Bleker en Mark Rutte. Favoriet zijn Jan Marijnissen en Bart de Wever, de eerste omdat hij anderen in hun waarde liet en op een duidelijke manier in de politiek stond, de laatste omdat ze het een opluchting vindt dat er eindelijk iemand in België is die spijkers met koppen wil slaan.

Haar muzieksmaak is breed, ze houdt van klassiek waaronder barokmuziek van Henry Purcell, luistert graag naar Bruce Springsteen en Billie Holiday, maar ook een nummer als Gettin’ over you van David Guetta, wat haar kinderen erg leuk vinden, kan ze waarderen. Haar favoriete tv-programma’s zijn onder andere ‘Lewis’, ‘De wereld draait door’, ‘De slimste mens ter wereld’ op Canvas en ‘Michel Roux’s Service’ op de BBC. Daarnaast vindt ze het heerlijk om samen op de bank met man en kinderen naar ‘Glee’ te kijken. Haar lievelingsfilms zijn ‘The usual suspects’, ‘Tous les matins du monde’ en last but not least ‘Pan’s labyrinth’. Op haar nachtkastje ligt momenteel ‘The imperfectionists’ van Tom Rachman, andere boeken die indruk hebben gemaakt zijn ‘A prayer for Owen Meany’ van John Irving en Salman Rushdie’s ‘Midnight’s children’.

‘Welke blogger zou jij kiezen als je deze serie maakte?’ De naam Hippocampi valt, omdat ze hem erg genuanceerd vindt, een verademing op het blog. Inmiddels is het veel later geworden dan we dachten en ze belt haar man op om haar te komen halen. Kort daarna loopt hij, sympathiek gezicht, in gezelschap van zoonlief met krullen en onweerstaanbare glimlach De Zalm binnen. Ook aan hem vraag ik wat hij het allerleukste vindt aan z’n partner. ‘Hiraeth is iemand met een open en ongespeelde intensiteit. Haar spreken gaat ergens over, ze staat voor wat ze voelt en denkt. Ze is de corazon in mijn bestaan.’ Nadat we samen nog iets gedronken hebben, nemen we afscheid. Met de ontmoeting en het verhaal nog vers in m’n hoofd slenter ik over de inmiddels in halfschemer gedompelde grachten terug naar het station. Onderweg koop ik nog gauw een paar strassbellen bij De Oorbel, alleen al de naam lokte me naar binnen.
Marjelle

Hiraeth verlangen om weer thuis te komen

Hiraeth
draait:
Elbow

Beeld van een blogger (10) – Apies kijken?

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger (1) – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once belonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!
Beeld van een blogger (5) – So what, man!
Beeld van een blogger (6) – He blew me away!
Beeld van een blogger (7) – Kiezels in m’n schoenen
Beeld van een blogger (8) – Tweestemmig met Geroma!
Beeld van een blogger (9) – Met Henk op het Binnenhofplein

(10)
Eén dag voordat het bericht
dat het VK-blog per 1 maart ophoudt te bestaan in m’n mailbox belandt heb ik een afspraak met Apiedapie, m’n tiende blogger in beeld. Op dat moment weet ik nog van niks en fiets gehaast door de regen naar Floor waar we om 13:00 uur hebben afgesproken. Nadat ik eerst de verkeerde man heb aangeklampt, hoor ik opeens m’n mobieltje overgaan en zie vanuit een ooghoek iemand aan de overkant zitten met een telefoon aan z’n oor. Ik gebaar dat ik het ben en hij loopt naar me toe, een tengere man, casual gekleed, in de verte doet-ie me aan Harry van Bommel denken. Hij geeft me een zoen en kijkt me vervolgens met z’n bruine ogen aandachtig aan. Vanaf dat moment beginnen we te praten en zullen daar pas rond 19:00 uur mee stoppen zoals later blijkt.

Wat me meteen opvalt is z’n gevoel voor humor, z’n snelle manier van praten en denken, het plagerige over en weer, dingen die ik bij de meeste mensen mis de afgelopen jaren. Ik moet glimlachen als hij op een gegeven moment vol overgave zegt ‘en het is allemaal jouw schuld’, het doet me aan iemand anders denken die dat ook vaker zei. ‘Klopt’, grinnik ik, ‘alles is altijd mijn schuld’. Humor is zo belangrijk tussen mensen. We springen allebei van de hak op de tak, slaan zijwegen in waardoor we op een bepaald moment zelf niet eens meer weten wat we eigenlijk wilden vertellen. Ik voorzie dat het nog een hele klus zal worden om ook deze keer uit m’n aantekeningen wijs te worden, al probeer ik er wel enige lijn in te krijgen en hem af en toe bij de les te houden, echt succesvol zijn die pogingen niet.



Na een studie aan de Erasmusuniversiteit, waar ik zelf nog een blauwe maandag rechten gestudeerd heb, werkt hij bij verschillende ministeries in Den Haag, wat hij jarenlang met veel plezier doet. Het zijn minder stoffige functies dan de naam en omgeving wellicht doen vermoeden, hij vond het vooral leuk om speeches voor ministers te schrijven. Welke minister is je het meest bijgebleven, informeer ik. ‘Hans Alders, omdat hij heel erg zichzelf was’. Op een gegeven moment is er de mogelijkheid om als diplomaat bij de VN te komen, een kans die hij met beide handen aangrijpt, het eerste land waar hij naar uitgezonden wordt is Frankrijk. De essentie van z’n werk is zoals hij het samenvat ‘om goede dingetjes die het ene land doet te laten zien aan andere landen en dan te zeggen “hé, is dat niks voor jou, daar werkt het”‘.

Apiedapie, wereldburger, hij heeft behalve in Nederland onder andere een aantal jaar in Parijs en op verschillende plaatsen in New England gewoond, is de halve aardbol over gereisd, deels werk, deels plezier. Sinds een jaar heeft hij een idyllisch onderkomen, hij laat me foto’s van zijn huis zien. Ik ben meteen verliefd, het is het uitzicht waar ik vaker van gedroomd heb, wakker worden met de zee aan je voeten. Hij heeft het erg naar zijn zin in de Verenigde Staten, vertelt hij, de vrijheid, grote bakken koffie en geringe sociale controle spreken hem aan. Wel mist hij de Nederlandse nasigoreng en beginnen z’n ogen te glimmen bij het woord Brinta. Momenteel is hij net terug uit Parijs waar hij vrienden heeft bezocht, op de teller van z’n huurauto staat ruim 3000 km, hij heeft wat afgereden de afgelopen twee vakantieweken. ‘Almost the American way’, denk ik.

Toen hij twaalf was wilde hij bioloog-in-het-veld worden, hij was het soort jongetje dat salamanders ving en in potten stopte om vervolgens z’n buit aan een nader onderzoek te onderwerpen. Z’n lievelingsdieren zijn overigens geen apen wat je wel zou verwachten met zo’n nick, maar dolfijnen, zeearenden en olifanten, die laatste heeft hij ook in het wild gezien in India. Fantastisch lijkt me dat om zulke dieren van dichtbij te kunnen bewonderen in hun natuurlijke habitat. Hij vertelt over de voorliefde van z’n moeder voor olifanten en over de laatste keer dat ze samen in Blijdorp waren. Ze wilde net als de kinderen op de rug van een olifant rijden en riep enthousiast ‘dat heb ik nou altijd willen doen’. Toen ze twee weken daarna plotseling overleed, heeft hij alles in het werk gesteld om de foto die van hen beiden bij de ingang was gemaakt te traceren. Gelukkig was het negatief er nog en de foto vormt een dierbare herinnering aan een mooie dag samen.

‘Wanneer ben je met schrijven begonnen?’ Hij antwoordt dat hij de smaak te pakken kreeg op de middelbare school, hij koos altijd de meest poëtische opsteltitel en leefde zich uit op papier. Soms moest hij een opstel voorlezen ten overstaan van de hele klas, iets wat hij vreselijk vond. Eén keer verzuchtte de leraar, ‘het is alsof je Bomans hoort’, dat soort commentaar maakte hem niet echt geliefd bij z’n klasgenoten. Zijn studie combineerde hij later met het parttime redacteurschap voor Quod Novum, daarnaast schreef hij af en toe voor de NRC. Bij die krant is ook z’n ‘blogcarrière’ gestart, in 2008 produceerde hij zijn eerste ik-je. Hij vertelt me dat op Drasties, de site waar hij in datzelfde jaar is begonnen als Apiedapie, ook het hikje staat, de tegenhanger ervan, als hij vervolgens ook nog over een tikje begint raak ik het spoor bijster. In oktober is hij bij het Volkskrantblog terechtgekomen. Op de vraag wie hij zou kiezen als hij deze serie zou maken, zegt hij StadsfotograafVelsen.

Behalve van schrijven houdt hij van hardlopen, zwemmen, wandelen en de natuur. Favoriete films zijn ‘The Deer Hunter’, ‘Ghost’, ‘National Lampoon’s Christmas vacation’ en ‘Je vous trouve très beau’. We houden allebei van programma’s als ‘Ik vertrek’, daarnaast kijkt hij ook naar ‘De wereld draait door’ en ‘Pauw & Witteman’. Wat muzikale voorkeuren betreft neemt John Lennon een speciale plek in, verder luistert hij graag naar Sheryl Crow, blues, fado en Garou. Het gesprek komt weer op Nederland, er is een kans dat hij dit jaar nog teruggaat en ook zelf het roer omgooit. De politiek heeft hem altijd aangetrokken, hij droomt ervan om een tegenwicht aan Wilders te bieden als ‘een moderne, sexy Cohen’. Toespraken houden is hij gewend en ook voor urenlange vergaderingen draait hij z’n hand niet om, hij heeft zitvlees gekregen tijdens de jaren bij de VN.

‘Nu hebben we wel zo’n beetje alles gehad, hé’, zegt hij grijnzend. ‘We hebben het helemaal nog niet over vrouwen gehad’, sputter ik tegen. ‘Het is wel een beetje een clichévraag, maar dat maakt niet uit’, bepaal ik met m’n liefste glimlach, ‘wat is voor jou essentieel in een vrouw?’ Zonder na te denken, noemt hij: sterke persoonlijkheid, initiatiefrijk, niet volgzaam, geen slachtofferrol, verrassend, humoristisch, positief-optimistisch, levenslustig en last but not least ‘iemand die zich niet laat domineren door mij’. Bij dat laatste kan ik me wel iets voorstellen, deze leeuw vertoont zeker dominante trekjes. De genoemde eigenschappen spreken me wel aan, het is in grote lijnen datgene wat ik in een man wil naast intelligentie, tederheid en empathie.

Momenteel is hij weer vrijgezel na een aantal lange relaties. Zijn eerste serieuze relatie was met een Rotterdamse – hij heeft ook nog steeds een zwak voor deze stad – en de laatste met een buitenlandse vrouw waarmee hij ook een zoon heeft. Hij laat me een paar foto’s van hem zien, Apieknapie, een lieve Hollandse jongen van elf. Wat vind je het leukste aan het vrijgezellenbestaan, vraag ik. ‘De vrijheid, jezelf zijn, dat je niet beperkt bent in je vriendschappen’. Op dat moment komt een aardige jongen met het verzoek of we aan de bar willen plaatsnemen. We hebben zo lang aan hetzelfde tafeltje gezeten dat ze het nodig hebben voor dinergasten. Het laatste glas wijn drinken we iets sneller dan het vorige, zijn zoon wacht en ik moet nog dat hele eind door de stromende regen naar huis fietsen. We nemen hartelijk afscheid. Eenmaal thuis trek ik snel m’n doornatte kleren uit en spring onder de douche, vijftien minuten lang schuil ik onder de hete straal in een poging warm te worden.
Marjelle

Apie draait:
VV Brown

Beeld van een blogger (8) – Tweestemmig met Geroma!

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger (1) – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once belonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!
Beeld van een blogger (5) – So what, man!
Beeld van een blogger (6) – He blew me away!
Beeld van een blogger (7) – Kiezels in m’n schoenen

(8)
M’n afspraak met Geroma
brengt me op een herfstige vrijdagmiddag in Ermelo. Het plan om naar de Schaapskooi te gaan hebben we laten varen, je kunt nu eenmaal niet alles in een paar uur proppen, de schaapjes moeten nog even wachten. Als ik over het perron loop zie ik aan de overkant een flinke bos haar boven een auto uitsteken, dat kan niet missen en ik zwaai enthousiast. Vanaf de eerste minuut beginnen we te praten, beiden druk, een beetje chaotisch en lacherig, onze woorden buitelen af en toe over elkaar heen. Voordat we naar haar huis gaan, drinken we onderweg nog wat bij De Schout van Ermel waar ik ook getrakteerd word op een warme panini. Ze vertelt dat Geroma een samentrekking is van Ger, de eerste letters van de naam van haar vriend, Ro, de beginletters van de naam van haar jongste dochter en Ma, die van haar oudste dochter. Ook ‘oma’ zit erin, ze heeft inmiddels twee kleinkinderen, het derde kan elk moment geboren worden.

Bruinverbrand, net terug van een heerlijke vakantie in Portugal moet ze nog erg aan de lagere temperaturen hier wennen. Het was rond de 24°C in Almancil, lekker weer om te zwemmen. Een hobby van haar, vroeger deed ze het twee keer per week, baantjes trekken puur voor de lol. Ze is net als ik een waterteken en houdt van strand en zee. Ook joggen heeft ze jarenlang gedaan, totdat haar enkel roet in het eten gooide. Inmiddels gaat het na de operatie van mei dit jaar gelukkig weer een stuk beter. Ze vertelt over Tónárd, haar samenwerkingsverband met Lebonton, hoe leuk het is wanneer bloggers elkaar kunnen inspireren.

Eenmaal thuis in haar knusse woning verscholen in het groen vraagt ze of ik er bezwaar tegen heb als ze een sigaret opsteekt. ‘Ga je gang, hoor’. Na haar scheiding tien jaar geleden is ze meer gaan roken, vertelt ze. Ik vraag waar ze het meest aan moest wennen toen ze plotseling weer alleen woonde. ‘Thuiskomen in een huis waar niemand op je wacht, maar ook de stilte om me heen vond ik confronterend’. In die tijd probeerde ze zoveel mogelijk afleiding te vinden. Inmiddels is ze eraan gewend om af en toe alleen te zijn, bovendien zit ze nu in een heel andere situatie. De afgelopen zes jaar heeft ze een intense lat-relatie met Gerrit, elk weekend zijn ze samen en doordeweeks skypen ze voor het slapengaan.

Via Lexa hebben ze elkaar leren kennen, wat haar aantrok in zijn profiel was dat hij ook van niet-alledaagse dingen hield zoals wandelen bij windkracht 10, wroeten in de aarde, het Oerol-festival, anderzijds zag hij haar ook zitten getuige z’n berichtje ‘met jou zou ik wel een beschuitje willen eten’. Toen ze aan de telefoon zijn rustige, mannelijke stem hoorde, was ze blij verrast. Een stem is heel belangrijk, vindt ze, het zegt veel over iemand. Ik herken dat gevoel en zou dan ook nooit kunnen vallen op iemand met een vervelende stem. Naar aanleiding van haar blog ‘Latten’ werd ze door een redactrice van Libelle uitgenodigd voor een interview, een bijzonder leuke ervaring.

Het gesprek springt van latten naar boeken, films en muziek. ‘Eten bidden beminnen’ van Elizabeth Gilbert is het eerste boek dat in haar opkomt, ‘Mam, ik bel je zo terug’ van Wanda Beemsterboer-Avenarius ligt nu op haar nachtkastje. De film ‘As it is in heaven’ heeft indruk gemaakt, net als ‘De storm’ en ‘Komt een vrouw bij de dokter’ met Carice van Houten, maar ook ‘The sound of music’ die ze als achtjarig meisje voor het eerst zag heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten. Naar programma’s als ‘The voice of Holland’ kijkt ze net als ik met veel plezier. Haar muzieksmaak is breed, van Queen, Karl Jenkins, Libera en Pink Floyd tot Anglicaanse koren en klassieke muziek. Ze zingt graag, is al een aantal jaar werkzaam als zangcoach en heeft vorig jaar ook geauditeerd voor Una voce particolara. Ze moest toen voorzingen onder het toeziend oog van een jury van vier waaronder Ernst Daniël Smid. Het was een onvergetelijke happening die haar zangontwikkeling gestimuleerd heeft en resulteerde in het maken van een demo.

Als ik een paar foto’s genomen heb met m’n trouwe en eenvoudige Kodak-camera laat ze me haar imposante Sony F828 zien waarmee ze onder andere bruidsreportages en portretfoto’s gemaakt heeft. Een aantal hangt ingelijst aan de muur, andere komen tot leven in mooi vormgegeven fotoboeken. We praten verder over haar lat-relatie met Gerrit, voor hem is het de ideale situatie na twee huwelijken, voor haar ligt dat iets anders. Al hebben ze het momenteel heel fijn met z’n tweeën, toch ziet ze zichzelf niet haar hele leven latten, ‘het is net niet helemaal voor het echie’. Van Gerrit komt het gesprek op zingen, ik vraag wanneer ze daarmee is begonnen. Vanaf haar vierde zat ze al in een kinderkoor, daarna in een jeugdkoor en vervolgens in een gemengd koor. Toen ze op haar negentiende verhuisde van Moerkapelle naar Ermelo kwam ze bij een kamerkoor terecht.

Zang is haar passie, ze heeft jarenlang onder andere privéles gehad van Annemarie Ezinga en Talitha Nawijn, twee vrouwen die haar zeer geïnspireerd hebben. Een bijzondere ervaring was ook de week in Papendal met het Eurokoor, met als hoogtepunt het ‘Requiem’ van de componist Andrew Lloyd Webber. Na haar scheiding werd ze voor het eerst anderhalf jaar koorloos. Toen haar dochter vroeg of ze bij haar huwelijk wilde zingen, begon het idee te rijpen om bij (t)rouwdiensten op te treden. De laatste vijf jaar maakt ze deel uit van Duo ‘Momentum’, daarnaast heeft ze een parttime baan in de thuiszorg en werkt ze sinds 1998 als freelance correspondent. Nadat ik op de valreep nog een mini-zangles gekregen heb, eindigen we met Hallelujah. ‘Wat is zingen toch lekker’, denk ik, en neem me voor binnenkort weer op korenjacht te gaan.
Marjelle

Geroma draait:
Helen Sjöholm

Beeld van een blogger (7) – Kiezels in m’n schoenen

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger (1) – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once belonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!
Beeld van een blogger (5) – So what, man!
Beeld van een blogger (6) – He blew me away!

(7)
M’n afspraak met de zevende blogger
brengt me voor het eerst in jaren weer terug naar m’n Limburgse wortels met ouders die oorspronkelijk uit Heerlen kwamen en onderling altijd Limburgs spraken. Nog steeds klinkt het zangerige dialect vertrouwd, het doet me ook denken aan de heerlijke rijstevlaaien van tante A. Na een lange treinreis waarbij we het laatste uur opeengepakt als sardientjes in het gangpad staan, kom ik in Maastricht aan waar Kiezels al op me staat te wachten op het perron. Ik herken haar van de foto, een tengere gestalte in spijkerbroek en zwart T-shirt, haar doordringend-blauwe ogen en mooie boogvormige wenkbrauwen vallen me meteen op. We besluiten eerst wat te gaan drinken vlak bij het station voordat we de bus naar Wolder nemen waar Jo woont. Mijn Bed & Breakfast ligt niet ver bij hem vandaan, een gelukkige samenloop van omstandigheden.

Als de deur opengaat zie ik een bekend gezicht verschijnen, Jo lijkt sprekend op z’n avatarfoto, sympathieke ogen kijken me onderzoekend aan vanachter brillenglazen. Even later nestelen we ons op de bank met de rode wijn die Kiezels vlak daarvoor bij de AH To go heeft gekocht. ‘Lekker die la Tulipe’, zegt ze. Nadat Jo naar de keuken is gegaan om te koken, steekt er opeens een kat z’n zwartwitte kopje om de hoek. ‘Even polsen wie die onbekende vrouw is’, zie ik hem denken. Een tijdje later volgen een paar witte soortgenootjes z’n voorbeeld en staren me met hun amberkleurige ogen nieuwsgierig aan. Ik blijk de kattenballotage glansrijk te doorstaan, wat bijzonder is omdat ze meestal veel langer nodig hebben om aan een vreemde te wennen. Inmiddels is het eten klaar, de tafel staat mooigedekt op ons te wachten en de verschillende gerechten zien er prachtig uit, een zachtroze zalmmoot, een zonnige salade met onder andere tomaat, komkommer en kaas geflankeerd door goudbruin gebakken aardappelrondjes. Het smaakt even lekker als het eruitziet.

We praten over kleine-grote dingen, de bloggers die we ontmoet hebben, ze heeft er ook een aantal bij de boekpresentatie in Amsterdam gesproken, onze muzieksmaak, terwijl Bettie Serveert in de cd-speler zit, komen namen als Björk, Antony & the Johnsons, Tom Waits en Dayna Kurtz voorbij. Op de vraag ‘welke blogger zou jij kiezen als je deze serie maakte?’ antwoordt ze meteen ‘Laila of Red‘. Opeens zie ik m’n schrijfblokje nog maagdelijk wit op de andere tafel liggen, hoe ga ik dit in godsnaam allemaal onthouden? Ik besluit me niet druk te maken en de volgende dag een aantal dingen op te schrijven. Ook films en tv-programma’s passeren de revue, ze houdt van Franse films zoals Chocolat, Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, 37°2 le matin en is net als ik een liefhebber van Inspector Morse en A touch of Frost. ‘Maar als ik soms lamlendig ’s avonds op de bank hang, kijk ik ook weleens naar Cold Case‘, voegt ze eraan toe.



Het boek dat veel indruk op haar heeft gemaakt is ‘De helaasheid der dingen’ van Dimitri Verhulst. Ze bewondert de vaak hilarische directheid waarmee hij met zijn trieste jeugd afrekent en vindt het tegelijk een boek vol poëzie. Frappant is dat mijn broer ook erg enthousiast was over ditzelfde boek, ik ben nog steeds van plan om het bij de bieb te halen. Behalve lezen houdt ze van wandelen en fotograferen. Aan sporten doet ze niet, ‘ik heb al genoeg fitness met Lieve, een trap en een druk huishouden’. Van kleine dingen gaan we over op grote dingen, ze vertelt over de periode dat ze in een depressie belandde en hoe ze er drie jaar geleden weer uit wist te komen. Vervolgens brak er opnieuw een roerige tijd aan, haar vijftienjarige dochter werd zwanger, ‘vanaf het begin hebben we tegen haar gezegd “wij steunen je, wat je ook beslist”‘.

Toen uiteindelijk twee jaar geleden
haar kleindochter Lieve werd geboren kreeg zij de voogdij en nam een deel van de zorg op zich zodat haar dochter haar school kon afmaken. Inmiddels is deze bezig met de opleiding Agogische vorming en wil later zwangere tienermeisjes gaan begeleiden. In die periode kwam er ook een einde aan haar twintigjarige huwelijk, haar wereld veranderde op slag. Samen met haar ex-man heeft ze nu co-ouderschap, zij is in het huis blijven wonen met haar dochter, kleindochter en jongste zoon, haar andere zoon woont op zichzelf. Inmiddels is het half twee ’s nachts, ik ben moe van het praten en alle indrukken. Ze brengen me terug naar m’n B&B waar ik ze nog even de sfeervolle eetzaal, een voormalige hooischuur, en de ruime slaapkamer met inloopdouche laat zien voordat ik m’n bed induik.

De volgende ochtend staat op de eettafel een uitgebreid ontbijt klaar, ik heb het rijk alleen en geniet ervan. Om twaalf uur komen Kiezels en Jo me ophalen, ondanks de sombere wolkenhemel gaan we toch op pad. Gisteren hebben we afgesproken om door het Limburgse land te wandelen. Mijn ‘niet te lang alsjeblieft’ wordt uiteindelijk door wat omwegen toch nog een paar uur soppend door de klei terwijl de wind ons bijna omver blaast. Ik droom van warme sokken en openhaardvuur als ik kleumend het heuvelland doorploeg, gelukkig maken uitzicht en gezelschap veel goed. Na een tijd komen we langs eetcafé De Sjans, bij een kop hete thee en koffie praten we verder. Ik ben benieuwd hoe ze elkaar ontmoet hebben. Ongeveer vijf jaar geleden leerden ze elkaar kennen via Schrijfweb. Na wat heen-en-weer mailen spraken ze een keer af, het klikte meteen en vormde het begin van een bijzondere vriendschap.

Dinsdagavond werd hun wekelijkse schrijfavond, de tijd om over elkaars gedichten van gedachten te wisselen, positieve feedback te geven, het waren inspirerende en stimulerende uren waarin ook steeds vaker over persoonlijke dingen werd gesproken. In de afgelopen jaren heeft ze enorm veel steun aan hem gehad, vertelt ze. Sinds een half jaar hebben ze een relatie, elk weekend zijn ze nu samen en erg blij met elkaar. Als Kiezels buiten een sigaret gaat roken, vraag ik Jo ‘wat trok je aan in haar?’ ‘Ik ben heel erg een woordenmens, dat had zij ook. Herkenning. Het eerste bezoek ging vanzelf, we praatten over gedichten, Schrijfweb, toen ik haar zag dacht ik meteen “wat een mooie vrouw!” Het leuke is dat zij zo diep wil gaan en dat ze ook luistert. Gelijkwaardigheid.’ Inmiddels is Kiezels weer aan tafel gekomen, ‘hetzelfde gevoel voor humor’, vult ze aan.

‘Wat vinden jullie de leukste en irritantste eigenschap van elkaar?’ informeer ik. Het meest positieve vindt hij dat ze onvermoeibaar is in het geven van hulp en het vervelendste dat ze het op sommige momenten ook juist minder zou moeten doen. Zij vindt het leukste dat ze het zo bijzonder hebben samen, ‘al zijn we ieder met onze eigen dingen bezig, dan nog is er verbondenheid, aandacht voor elkaar’ en ze roemt zijn zorgzaamheid. In eerste instantie weet ze niets negatiefs te bedenken, maar als ik volhou dat er toch wel iets zal zijn wat haar minder bevalt, komt eruit dat ze het soms irritant vindt dat hij koppiger is dan zij. Inmiddels is het al bijna vier uur, hoogste tijd om terug naar Rotterdam te gaan. Even later nemen we de bus naar het station waar we rond vijven hartelijk afscheid nemen. In de trein verwissel ik snel m’n natte sokken voor een paar droge van Kiezels, trek een sweatshirt over m’n trui aan en probeer m’n knorrende maag te negeren. Ik zit hier in ieder geval warm en droog met m’n sokkenvoeten op m’n laptop, de mp3-speler op het hoogste volume en denk even aan Kiezels’ droom.*
Marjelle

Kiezels draait: Marianne Faithful

* Haar droom is om ooit een Bed & Breakfast te beginnen op een mooie wandellocatie, eventueel gecombineerd met het geven van workshops, maar voordat het zover is zoekt ze eerst nog een leuke baan het liefst als parttime archeologisch medewerkster

Beeld van een blogger (6) – He blew me away!

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger (1) – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once belonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!
Beeld van een blogger (5) – So what, man!

(6)
M’n afspraak met Blew is om drie uur en ik besluit me deze keer eens niet te haasten in de zomerse hitte. Het was zijn idee om me op het strand van Katwijk te ontmoeten, Blew’s territorium, in plaats van in z’n woonplaats Leiden. Om half één zit ik in een koele trein van CocoRosie te genieten zodat ik straks ruim op tijd bij de KatwijkseKust aankom en m’n spullen kan neerzetten. Alleen de kamernaam Zee en Zand is het haast waard om daar te overnachten, al moet je wel je best doen om dat plukje zee uit het raam te ontwaren blijkt als ik rond tweeën gearriveerd ben. Ik krijg een vakantiegevoel als ik even later laptoploos over de boulevard slenter en achter de met helmgras begroeide duinen de zee zie opgolven.

Ook bij deze ontmoeting werkt het weer prachtig mee, ik kies een terrasje vlak bij bushalte Nieuw Brittenburg waar we hebben afgesproken. Een paar mannen zitten er te wachten op een bankje, bij elke nieuwe man die zich aandient vraag ik me af ‘zou dat Blew zijn?’ Opeens zie ik een lange, tengere man met halflang grijs haar en blote voeten, in een impuls zwaai ik, de man zwaait ietwat aarzelend terug. Ik loop naar hem toe en krijg drie zoenen. ‘Wat ben je lang!’ flap ik eruit, ‘ik voel me haast een kabouter met m’n 1.64 m.’ Dat laatste is niet zo vreemd, want hij is met 1.96 m de langste man waar ik ooit naast heb gelopen. Groengrijze ogen kijken me onderzoekend aan vanuit een sympathiek gezicht, hij heeft een zachte, vriendelijke stem die me ergens bekend voorkomt.



We gaan meteen op zoek
naar een leuk strandtentje, ik heb wel zin in een cola light. Het gesprek komt al snel op Blew de blogger, die de dingen af en toe net iets anders verwoordt dan de man erachter, bepaalde zaken worden soms uitvergroot, andere weggelaten. Blew is ook iets brutaler en directer, vertelt hij, en wil graag to the point blijven zodat een mening geven niet ontaardt in kankeren, al kan hij wel heel verontwaardigd zijn over misstanden in de natuur en politiek. Tijdens het praten blijkt steeds meer dat de virtuele Blew en de man die tegenover me zit op een bijzondere manier verweven zijn, maar toch weer anders dan ik dacht. Hij praat rustig, weloverwogen, wikt en weegt, of zoals hij het zelf verwoordt ‘eerst nadenken voordat je iets doms doet.’

Het gaat om afwegingen maken, zegt hij, een gevoel voor verhoudingen hebben in brede zin. Het verbaast me dan ook niet dat hij Weegschaal als zonneteken heeft. Hij geniet van mooie dingen, houdt van de films van Wim Wenders en Werner Herzog en leest onder andere Camus, Kafka en Wolkers. Daarnaast is hij gevoelig voor aandacht, complimenten. In dat verband worden reacties op zijn blog en aanbevelingen ook gewaardeerd, al is het eerste belangrijker. Op een gegeven moment komen we bij de periode na de middelbare school terecht toen hij als negentienjarige besloot voor de pedagogische academie te kiezen. De opleiding was erg leuk, de kinderen een stuk minder, vandaar dat hij het na acht maanden voor gezien hield.

Ondanks zon, zee, zand komt het gesprek toch op werk, een onderwerp dat hij zoveel mogelijk vermijdt in z’n blog – Blew is altijd onderweg, altijd een beetje op vakantie. Hij werkt bij het secretariaat van een adviescommissie, een stressbaan waarbij je steeds achter de feiten aanloopt. Gelukkig heeft hij wel bijna elke vrijdag vrij, dan is het weer Blew-tijd, genieten en wandelen op het strand. ‘Je loopt alle ellende van de afgelopen week er letterlijk uit’, zegt hij, ‘de negatieve energie en frustraties verdwijnen onderweg.’ Hij geeft een voorbeeld van een typische winterwandeling, die gaat zo’n twaalf kilometer lang van Scheveningen naar Katwijk met een tussenstop bij de Hema voor een vers broodje kaas of een kop lekkere erwtensoep.

Aan zijn zomerwandeling komen we niet meer toe, inmiddels hebben we het over fotograferen, iets wat hij met veel plezier doet. De foto die hij vandaag maakt, moet er ook vandaag op, een ijzeren Blew-wet, een oudere foto is als de krant van gisteren. Drie camera’s spelen daarbij een rol, deze keer heeft hij alleen z’n zwarte Sony bij zich. Hij houdt wel van abstracte opnames getuige ook zijn strandpaalfoto’s. Een andere grote liefde is muziek. Het is ooit begonnen met The Velvet Underground en Soft Machine, hij zat toen tussen hippie en punk in tijdens de puberteit en kon ook Nico en Eno zeer waarderen. Als ik hem vraag naar recente ontdekkingen noemt hij Eleh en Drone-muziek, daarnaast heeft hij Jefferson Airplane en Jimi Hendrix herontdekt.

Het grappige is dat we virtueel met elkaar ook in contact gekomen zijn via de muziek, toen ik een keer in een blog aandacht besteedde aan Van der Graaf Generator was hij een van de weinigen die de band kende. Het onderwerp komt nog even op werk, hij is zich langzaam aan het oriënteren op iets anders, maar wil daar niet veel over kwijt. ‘Werk is de tijd tussen twee blogs’, zegt hij met een glimlach, ‘ik wil genieten van het leven, wandelen, praten en leuke dingen doen.’ Ondertussen wordt zijn broodje Kwekkeboom-kroket bezorgd. Zeer tegen m’n gewoonte in neem ik deze keer geen pistoletje-met, de warmte eist z’n tol, m’n hongergevoel is verdwenen.

Als we later door het hete zand teruglopen komen we onderweg meeuwen in allerlei soorten en maten tegen. Hij vertelt over alles wat hij van deze vogels heeft geleerd, over de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw—, opeens roept een vrouw geschrokken ‘dat was míjn broodje!’ We zien nog net een brutale Blew ervandoor gaan met de buit in z’n bek, ik maak snel een foto van plaats delict. Wanneer ik de volgende middag na een strandochtend en een duik in het Katwijkse water weer op hetzelfde terrasje op de bus zit te wachten, zie ik plotseling een bekend gezicht verschijnen. Blew komt op me af, soms is de wereld heel klein.
Marjelle

Blew zwevend tussen stad en kust.
The best of two worlds?

Blew draait:
Alice Coltrane

Beeld van een blogger (5) – So what, man!

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger () – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!
Beeld van een blogger (3) – Back to where I once bekonged met Annelies!
Beeld van een blogger (4) – Op z’n Rotterdams met Marius!

(5)
Uitgerekend op de heetste dag van het jaar heb ik een afspraak met Wattman in Antwerpen. ‘Zullen we elkaar ontmoeten bij de fontein op de Grote Markt’, stelde hij per mail voor. Ik vond het wel een mooie openingszin, herinneringen aan een heerlijke vakantie met H. in Rome kwamen naar boven. Het is nog een hele toer om in een tropische 35° met laptop en weekendtas op de fiets te blijven zitten op weg naar Rotterdam Centraal. Gelukkig heb ik diverse T-shirts en ander zomerspul ingepakt, het zweet stroomt nu al van m’n voorhoofd. ‘Straks lekker douchen in het B&B vlak bij het station’, flitst het door me heen. Gedachtenloos hou ik m’n OV-chipkaart voor de incheckpaal, later als ik in de trein m’n mp3-speler aanzet besef ik dat ik natuurlijk een buitenlandkaartje had moeten kopen bij de automaat.

Aangezien ze in België het systeem van chippen niet kennen, is er ook geen paal die zo meteen bevestigt dat ik inderdaad in Antwerpen ben gearriveerd. Ondertussen word ik afgeleid door de stem van de conducteur die ons nu al voor de vijfde keer in drie talen op de hoogte houdt van elke vertraagde minuut en moet glimlachen als ik hem weer geduldig hoor uitleggen ‘the train was standing still at the platform because…’. Ik zet het zonder-kaartje-reizen uit m’n hoofd en duw ook de gedachte aan X. weg. Unfinished business is een van de vervelendste dingen die er is en met ruzie uit elkaar gaan de slechtst denkbare manier. Ik concentreer me op hier en nu en vraag me af welk beeld ik de komende uren van deze blogger en zijn gezin ga krijgen. Hopelijk hebben ze een vijver of opblaasbadje in de tuin, dan kan ik lekker pootjebaden. De trein kabbelt voorbij stationnetjes als ‘Kijkuit‘ en ‘Heide‘, Antwerpen komt langzaam steeds dichterbij.

Enige vertraging en een verkwikkende douche later tref ik Wattman bij de fontein op de zinderende markt. Een vriendelijke, grote man met bril, ik herken hem niet onmiddellijk van z’n avatar en spreek eerst de verkeerde aan. We lopen naar een cafeetje vlakbij, het is er ongewoon rustig midden in de stad en ik drink gretig van m’n cola light. Zijn Limburgse accent doet vertrouwd aan, hij komt uit de buurt van Roermond, vertelt-ie. Mijn ouders kwamen uit Heerlen, ik versta Limburgs dan ook goed, spreek het alleen zelf niet. We springen algauw van de hak op de tak, hij druk gebarend, een snelle prater, ik nog enigszins bedwelmd door de hitte, het gesjouw en de drukte in deze grootstad. Ik ben benieuwd naar zijn huis midden in de Antwerpse haven in een van de vele forts die de stad rijk is.

Als we binnenkomen staat de tv nog aan, Nederland heeft net met 2-1 van Brazilië gewonnen, roept A., z’n echtgenote, enthousiast. Een aardige vrouw met een lief gezicht, die in tegenstelling tot Wattman het voetballen op de voet volgt, gedenkwaardig is zijn uitspraak ‘schatteke, ik zal wel afwassen, kijkt gij maar naar de voetbal’. Ondertussen ligt baby C. op de bank de wereld door donkerbruine ogen te bekijken. Voorzichtig pak ik een garnalenvingertje beet en begroet hem. Hij trekt eerst een snuitje, maar dan breekt er toch een lachje door. Hij is schattig en ook zo rustig, iets dat ik die avond nog vaker zal zeggen. Ik kijk om me heen in dit prachtige oude fort, de zware houten voordeur en vuistdikke muren vallen meteen op, de mooie ovale ramen met uitzicht op de terrastuin, het is een bijzondere ruimte op een idyllische groenplek vlak bij de Schelde. Gelukkig is het er ook relatief koel waardoor we besluiten hier verder te praten.

Het gesprek komt op relaties, nieuwe mensen ontmoeten. ‘In de kroeg kom je ze niet tegen’, zegt hij en vertelt dat hij zich een paar jaar na zijn scheiding had ingeschreven bij Parship waar hij algauw A. leerde kennen. Vanaf dat moment ging het in sneltreinvaart, na zes maanden woonden ze samen en een jaar later waren ze getrouwd. De keuze om in Antwerpen te gaan wonen was een relatief eenvoudige. Voor zijn werk was hij al gewend om van z’n Roermondse boerderij naar Tilburg te rijden, waar hij een leuke baan heeft als docent geschiedenis en ook communicatievakken en coaching geeft, de rit Antwerpen-Tilburg duurde ongeveer even lang. Inmiddels woont hij er nu drie jaar en het bevalt hem uitstekend. Het grootste verschil met Nederland vindt hij de meer bourgondische aard van de Belg, iets dat hem zeer aanspreekt. ‘Ik zou niet meer terug willen’, beklemtoont hij.



Wel is hij hier meteen lid geworden
van de Antwerpse Politiekapel
nadat hij 25 jaar bij een Limburgse harmonie heeft gespeeld, want muziek maken is zijn grote hobby, daarnaast heeft hij er ook een aantal goede vrienden aan overgehouden. Verder is hij een liefhebber van Beethoven, renaissancemuziek, Duitse schlagers en chansonniers als Shaffy en Bécaud. Op een gegeven moment komt het gesprek op voeding en diëten, hij blijkt in anderhalf jaar tijd 65 kilo te zijn afgevallen door middel van een streng dieet en intensief bewegen, een bijzondere prestatie. Als even later zijn vrouw erbij komt zitten, vraag ik wat haar in eerste instantie in Wattman het meeste aantrok. ‘Zijn schrijfstijl, vlotte pen en levenswijsheid’, antwoordt ze zonder nadenken, ‘en hij zag er ook nog eens goed uit’.

We praten even over haar baan als hoofdverpleegkundige op een geronto-psychiatrische afdeling. Momenteel is ze nog met zwangerschapsverlof, in België begint dat een maand eerder dan in Nederland en duurt het ook een maand langer. De korte nachten beginnen nu wel hun sporen achter te laten, voor twaalven gaan ze nooit naar bed, want baby C. krijgt dan een dubbele voeding in z’n PEG-sonde. Om zes uur gaat onverbiddelijk de wekker weer omdat hij dan een nieuwe sonde nodig heeft, iets dat in de loop van de dag om de vier uur herhaald moet worden. Het is inmiddels al na middernacht, ik ben moe van de warmte, alle indrukken en neem afscheid van Wattman. Ik loop mee met A. die zo aardig is om mij terug te brengen naar de B&B vlak bij het station. Een rit van een half uur, maar de tijd vliegt terwijl we aan het praten zijn. Als ik even later de voordeur van het slot haal, zwaai ik nog even naar haar.
Marjelle

Wattman draait:

Jacques Brel

Beeld van een blogger (3) – Back to where I once belonged met Annelies!

Eerder verschenen in deze serie:
Beeld van een blogger () – Kuzz voor Guzz
Beeld van een blogger (2) – Gewoon gelul, Trektocht!


(3)
Vandaag staat er weer een ontmoeting gepland, deze keer verleg ik zelfs m’n grenzen om een blogger in beeld te brengen. Voor het eerst in jaren ga ik naar België, niet jeugdstad Brussel, maar Grimbergen is het uiteindelijke doel. Voor de zekerheid ben ik ruim op tijd vertrokken, geen overbodige luxe bleek algauw. Toen de kaartautomaat Vilvoorde noch Mechelen herkende en ik in allerijl naar de ticketservice aan de andere kant van het station moest rennen waar de wachtruimte uitpuilde, begonnen de stress en het zweetdruppelgehalte toch wel iets op te lopen. ‘Het ergste dat er kan gebeuren is dat ik m’n trein mis en een uur later aankom’, sprak ik mezelf toe en legde me toen bij de situatie neer.

In dat soort gevallen moet ik altijd denken aan bamboe, aan meebewegen in plaats van je te verzetten. Gelukkig was ik toch nog snel aan de beurt waarna de loketdame meedeelde dat dit kaartje wel duurder was en dat de automaat een aparte België-toets had. Uiteindelijk kwam ik nog net op tijd op spoor 6 aan. Het moment dat ik eenmaal m’n zware tas en nieuwe laptop de trein in had gesleurd, The Black Swan van CocoRosie op m’n mp3-speler hoorde en in een klef broodje beet, voelde ik me gelukkig. ‘Ik ben veel te lang thuisgebleven’, dacht ik, ‘wat is het lekker om niet alleen met je gedachten ergens anders te zijn’. België, ik wil je nu
Tot zover deze inleiding naar m’n eerste blogvrouw in beeld.



In de verte zwaait iemand. Ik loop naar haar toe en vraag ‘ben jij Annelies?’ Een brede glimlach is het antwoord. Ze is iets kleiner dan ik met m’n 1.64 m. Onder haar jeans prijken zilverkleurige nikes, erboven draagt ze een donkerblauw shirt. Vanaf dat punt gaan de dingen in een stroomversnelling, uiteindelijk zullen we pas de volgende middag ophouden met praten. Na een ritje naar hotel Thermae waar ik m’n spullen drop en zij bij een kiosk nog gauw de Humo en de Morgen voor me koopt, rijden we door naar het huis waar zij en haar man midden in een landelijk stukje Grimbergen wonen. Eerst krijg ik een tour de la maison, de inrichting is een mix van oud en nieuw, van warm en strak, een mooie combinatie met veel oog voor details.

Het is een prachtige zonnige dag en we belanden dan ook al snel in de tuin waar we verder van de hak op de tak springen. Iets dat ongetwijfeld ook in dit blog tot uiting komt. Annelies heeft een vederlicht Belgisch accent en haar stem doet me even aan die van Sylvia Kristel denken, ook stopwoordjes als ‘voila’ en ‘bon’ geven het iets charmants. Als ik even later wat foto’s ga maken moet Josepha eraan geloven, bevallig leunt ze tegen een spar. Aan de vooravond van Nederlandse en Belgische verkiezingen komt het gesprek algauw op politiek terecht. Ze stemt vanaf haar achttiende op D66, Van Mierlo sprak haar zeer aan, maar ook Pechtold vindt ze een interessante man en goed debater. Mileubewust, democratisch, sociaal-liberaal, zo vat ze haar keus voor D66 samen.



Als de thee inmiddels is verruild voor wijn komt het gesprek op de bloggers die we ontmoet hebben. in 2007 heeft ze een keer een bloggerslunch gehouden in Brussel, maar dat was voor mijn VK-tijd. We praten verder over haar leven, man en bezigheden. 57 jaar geleden werd ze als ram geboren in Rotterdam, niet een stereotiep meisje-meisje meer een tomboy. Na de mulo kwam ze uiteindelijk bij Procter & Gamble terecht op de afdeling verkoop, waar ze later werk met avondhavo combineerde. Ze vertelt me ook over die keer dat ze na twee weken kluizenieren weer eens wat mensen wilde zien en naar het vliegveldje vlak bij Grimbergen fietste. Daar werd ze door een wildvreemde man uitgenodigd om een tochtje te maken in een Cessna. ’n Bijzondere ervaring, naderhand werd ze ook lid van die club en leerde er veel leuke mensen kennen.

Dat was nog voordat ze Stefan, die later haar man zou worden, ontmoette
bij Procter & Gamble waar ze toen al jaren werkte. Inmiddels was ze 39 en wat wilde haren kwijt. Ze vullen elkaar aan, vertelt ze, zij druk, beweeglijk, hij rustig, lief, en verstaan elkaar met een half woord. Op dat moment komt het onderwerp van gesprek de tuin in lopen en stelt zich voor, een aardige, bescheiden man. Rond achten vertrekken we met z’n drieën naar ’s Gravenmolen waar Annelies een tafeltje heeft gereserveerd en me via mail al duidelijk heeft gemaakt dat zij trakteren. Hun gastvrijheid voelt als een warme deken, ik sputter maar niet tegen. Het uitgestrekte terras grenst aan een vijver waarin ik tot m’n blijdschap een zwanenfamilie aantref. vijf zwanendonsjes dobberen braaf achter pa en ma aan en ik pak onmiddellijk m’n camera.



Even later zitten we geanimeerd te praten bij zeetong, steak, vlaamse frieten, salade en rode wijn, het is lekker buiten. Ook hier komt politiek ter sprake, maar nu de Belgische situatie. Er is veel veranderd sinds ik jaren geleden in tweetalig Brussel woonde. Ik hoor over de N-VA van Bart De Wever, die streeft naar een onafhankelijke staat Vlaanderen binnen Europa, over militante vlamingen, het arme Wallonië. Zelf zijn ze absoluut tegen een splitsing van België. Inmiddels is het donker en worden de muggen brutaler, we zijn de laatste gasten en de ober wacht geduldig tot we aanstalten maken om weg te gaan. Belgen zijn over het algemeen bescheidener dan Nederlanders, valt me weer op. Nadat ik bij een uitgestorven hotel ben afgezet en Annelies gesms’t heb dat ik veilig op m’n kamer ben aangekomen, voel ik pas goed hoe moe ik ben. De enorme hitte die er hangt versterkt dat.

Opeens krijg ik het een beetje benauwd in deze ruimte helemaal bovenin, ik voel me niet op m’n gemak. M’n blik wordt getrokken door de deurklink en ik probeer er niet naar te kijken. Er is niemand die ik nu kan bellen voor wat afleiding, ik besluit met het licht aan te slapen en bereid me voor op een korte nacht. Het is lang geleden dat ik ’s nachts bang was. Drie uur later word ik wakker door het geluid van m’n mobieltje. ‘Heb je goed geslapen?’ vraagt Annelies. Ik mompel iets onduidelijks en we spreken af dat ze me na het ontbijt op komt halen. In de eetzaal hangt een serene rust, ik ben inderdaad de enige gast en geniet van een knapperig Belgisch pistoletje en versgeperst vruchtensap. De struise madam van de receptie informeert of ik lekker heb geslapen, vriendelijk maar beslist zeg ik nee.



Een voorbijganger die een kop koffie komt drinken, knoopt een praatje aan en voordat ik het weet ben ik opeens midden in een discussie over politiek verzeild geraakt. Hij gaat op de N-VA stemmen, vertelt-ie me. Als ik vraag waarom, krijg ik te horen dat die De Wever een sympathieke gast is, dat het geld al jaren van Vlaanderen in Wallon gepompt wordt en dat dat nu eens moet ophouden! Wat is de sfeer hier veranderd, de standpunten verhard, de messen geslepen… althans zo lijkt het voor een buitenstaander als ik. Toch voel ik me ook wel weer thuis, net als Annelies heb ik Belgische én Nederlandse wortels. Het nadeel daarvan vind ik dat je uiteindelijk nergens echt bijhoort, het voordeel dat het je blik verruimt.

Even later zie ik het bekende autootje al de bocht om komen, ik stap in en we gaan op weg naar de struisvogelfarm vlakbij. M’n handen jeuken om zo’n gekke, verbaasde struisvogelkop op de foto te zetten, helaas blijkt het hek bij aankomst gesloten. Voorzichtig sluipen we dichterbij om toch nog een glimp op te vangen, maar de struisen steken hun kop in het zand. In plaats daarvan besluiten we naar de historische kern van Grimbergen te rijden en verder te praten op een terras. Als we langs de St. Servaasbasiliek komen, stelt Annelies voor om er even in te gaan. Het is járen geleden dat ik voor het laatst een kerk vanbinnen heb gezien, ik twijfel, maar ga dan toch de drempel over.


De orgelmuziek zwelt aan in de lege kerk en ik sta opeens oog in oog met Maria. Het doet me aan H.* denken, in een opwelling loop ik naar haar toe en en steek een paar kaarsjes aan, eentje voor hem en een voor iemand anders die me lief is. Enigszins ‘verlicht’ wandelen we vervolgens naar Het Fenikshof waarna Annelies de draad oppakt en vertelt over haar ervaringen in Engeland en Zwitserland waar ze samen met haar man een aantal jaar gewoond heeft. In Genève heeft ze een heel leuke tijd gehad, het was er schoon, zuivere lucht en Franstalig. Ze vertelt ook dat ze goed alleen kan zijn, wat mooi uitkwam aangezien haar man in de periode dat hij nog werkte zo’n 70% van de tijd op reis was. Inmiddels zijn ze allebei met onbetaald verlof tot hun zestigste en genieten van elkaar, de tuin en leuke dingen ondernemen.

Voor volgend jaar staat er een concert van Roger Waters in Antwerpen op het programma en kortgeleden zijn ze nog naar een optreden van The Cranberries geweest. Andere favorieten zijn The Editors en Amy Winehouse. Verder houdt ze ook van cryptogrammen en quizzen. Tot voor kort belde ze elke vrijdag met haar moeder om samen de Vrij Nederland-puzzel door te nemen. Aan de Nationale Krakercompetitie doet ze elk jaar fanatiek mee. Ik herken de liefde voor taal, het spelen met puzzelwoorden en de onderste googlesteen boven willen krijgen. Welk boek heeft veel indruk op je gemaakt, vraag ik haar. Ze noemt meteen ‘Millennium Trilogie’ van Stieg Larsson, behalve schrijver ook een bevlogen mensenrechtenactivist. Daarnaast houdt ze van films als ‘Death in Venice’, ‘Broken Flowers’ en kijkt graag naar ‘Later… with Jools Holland’, ‘De Canvascrack’ of mooie docu’s.

Donkere wolken pakken zich samen als we bij het terras vertrekken. ‘De Belgische dondergoden vinden het de hoogste tijd dat ik naar Rotterdam ga’, zeg ik tegen Annelies. Op de terugweg zie ik een bordje met Peutie en moet onmiddellijk aan Raymond van ’t Groenewoud denken. De gereedstaande trein naar Mechelen haal ik gelukkig nog net, onderweg rijdt hij langs stationnetjes als Eppegem en Weerde. Door ‘panne’ aan de computer bij de ticketbalie in Vilvoorde moet ik weer een kaartje kopen in Mechelen. Aangezien ik m’n aansluiting daardoor mis en de volgende trein pas over een uur gaat, slenter ik de stad in. Wat is het hier lawaaierig en grauw, een paar terrasjes aan drukke straten, veel vermoeide gezichten bij de bushalte. M’n tas voelt loodzwaar, m’n hoofd bonst en ik besluit een kop thee te gaan drinken, dan kan ik ondertussen nog wat ansichtkaarten schrijven. ‘M’n eerste keer in België na zoveel jaar mag niet onopgemerkt voorbijgaan’, bedenk ik en moet om mezelf glimlachen.
Marjelle

Annelies draait:
Wim Mertens

Ex-liefste vriend na 25 jaar

‘Back to where I once belonged’ titel van een nummer van m’n broer (componist & gitarist) geboren in België